Uitspraak
€ 1.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel tot dat bedrag;
détournement de pouvoir, had het openbaar ministerie niet tot vervolging mogen overgaan. De vervolging is daardoor onverenigbaar met de beginselen van een goede procesorde, zodat het openbaar ministerie in die vervolging niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
nemo tenetur-beginsel, waardoor doelbewust, althans met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte, zijn recht op een eerlijk proces is geschonden. Dit moet primair leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging. Subsidiair dienen de verklaringen van de verdachte, in ieder geval zijn verklaringen van 16 februari 2012, van het bewijs te worden uitgesloten. De afgelegde verklaringen zijn immers een direct resultaat van de voortdurende onrechtmatige inverzekeringstelling, welk verzuim onherstelbaar is en een ernstige inbreuk op een belangrijk strafvorderlijk voorschrift vormt, te weten het recht in vrijheid te kunnen verklaren.
[A] verklaart dat zij op advies van de politie aangifte heeft gedaan. Kunt u een en ander bevestigen?”):
détournement de pouvoir.
nemo tenetur-beginsel of het recht in vrijheid te kunnen verklaren.
stelselmatigeinbreuk op haar persoonlijke levenssfeer oplevert.
(hof: verdachte)aan de rand van het terrein van zorgcomplex Engelsbergen stond. Uiteindelijk zijn wij weggereden. We reden in de bus van de broer van [B] . Wij zagen dat [verdachte] in zijn personenauto, een grijze Peugeot 306, achter ons aanreed. Aangezien we niet wilden dat [verdachte] achter ons aan zou rijden naar onze huizen, hebben we geprobeerd hem af te schudden in de wijk. We zijn toen een wijk ingereden. Ik hoor van u dat dit mogelijk de Botenbuurt in Eindhoven betreft; dit kan wel kloppen. Wij zijn daar de wijk ingereden met de hoop hem kwijt te raken. Dit is niet gelukt en op een gegeven moment zijn we een pleintje opgereden dat doodliep. We zagen dat [verdachte] , die nog steeds achter ons aangereden was, bij de ingang van dat pleintje stopte. We zagen dat hij de ingang van dat pleintje met zijn personenauto blokkeerde en het dus niet mogelijk was om weer weg te rijden. We voelden ons toen erg bang en hadden de portierdeuren van de auto al op slot gedaan uit angst voor wat er mogelijk zou kunnen gebeuren. We hebben toen ook meteen de politie gebeld. Hij heeft in ieder geval ongeveer vijf à tien minuten daar gestaan en heeft het ons dus al die tijd niet mogelijk gemaakt met de bus weg te rijden.
(het hof begrijpt: onder meer)de navolgende onderwerpen.
11.Een e-mailbericht d.d. 17 juni 2011, voor zover inhoudende (p. 36):
12.Een e-mailbericht d.d. 21 juni 2011, voor zover inhoudende (p. 37):
13.Een e-mailbericht d.d. 24 juni 2011, voor zover inhoudende (p. 38):
14.Een e-mailbericht d.d. 24 juni 2011, voor zover inhoudende (p. 38A):
15.Een e-mailbericht d.d. 20 juli 2011, voor zover inhoudende (p. 41A):
16.Een e-mailbericht d.d. 25 juli 2011, voor zover inhoudende (p. 41):
17.Een e-mailbericht d.d. 6 augustus 2011, voor zover inhoudende (p. 45):
18.Een e-mailbericht d.d. 25 augustus 2011, voor zover inhoudende (p. 46):
19.Een e-mailbericht d.d. 13 november 2011, voor zover inhoudende (p. 48A):
20.Een e-mailbericht d.d. 25 juni 2011, voor zover inhoudende (p. 39-39A):
21.Een e-mailbericht d.d. 5 september 2011, voor zover inhoudende (p. 43):
22. Een e-mailbericht d.d. 5 september 2011 (waarbij een e-mailbericht d.d. 1 september 2011 is doorgezonden), voor zover inhoudende (p. 44-44A):
“Je hebt een ziekelijke behoefte aan aandacht. Wat is er toch misgegaan in je jeugd?”
“Als je de aandacht van je vader mist, zoek daar eerst een oplossing voor.”
“Je vader woont hier niet, en komt hier niet. Als je zijn aandacht mist, tracht dat niet op deze wrede, onbeholpen wijze te compenseren.”
“Weet je vader hiervan???? Wat zou hij ervan vinden of gevonden hebben!!”
“Al die aandacht, prijzen, oorkondes, kranten artikelen zullen NOOIT je gemis aan liefde in je jeugd compenseren. Als je dat niet onder ogen wilt zien, eventueel in therapie, blijf je de slaaf van je liefdeloze jeugd. En blijf je jagen op iets wat je zo niet meer in kunt halen. Natuurlijk tempert het op korte termijn je ellendige jeugd, die aandacht want zie toch hoe goed en waardevol ik ben. Zo mooi en zo vol goede bedoelingen. En waarom zagen mijn ouders dat niet…”
“I know where you go to my lovely, when you’re alone in your bed, I know the thoughts that surround you, 'cause I can look inside your head”kan voorts redelijkerwijs als indringend in het privéleven van [A] worden beschouwd, te meer wanneer deze in verband wordt gezien met het door de verdachte achter [A] aanrijden en het zich ophouden in de nabijheid van haar woning.
“van liegen en bedriegen aan elkaar hangt”,
“een notoire leugenaar die uitsluitend bezig is om zichzelf te profileren als held”, iemand die
“dieren (mis)bruikt voor haar eigen ego”,
“een ziekelijke persoonlijkheid die alleen belust is op aandacht”en
“een patserig op aandacht belust persoon”. In één van deze e-mailberichten wordt daarnaast weer verwezen naar haar jeugd:
“Heb vooral medelijden met haar, vermoedelijk heeft ze een traumatisch jeugd gehad.”
“Dit is nog maar het begin. Hopelijk dringt het tot je door dat je de verkeerde hebt opgezocht om die te belemmeren om op te komen voor dieren.”
taakstrafvoor de duur van
60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
30 (dertig) dagen hechtenis.
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden.
proeftijd van 2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.
bijzondere voorwaardedat het de verdachte gedurende de proeftijd verboden is contact te leggen of te laten leggen met [A] .
€ 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro)ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro)als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
25 (vijfentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.