Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
[Europa] Europa B.V.,
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 165309/KG ZA 11-439)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
€ 575.000,-) met [appellante] een overeenkomst van geldlening aangegaan.
[Beheer], [enig bestuurder van Beheer] en de hieronder nader te duiden [vader van enig bestuurder van Beheer] hiervoor (hoofdelijk) aansprakelijk. [Beheer] kan als bestuurder een persoonlijk verwijt worden gemaakt van het feit dat de vorderingen van [appellante] niet op HAG verhaalbaar zijn. Queisen is op grond van het bepaalde in artikel 2:11 BW Pro mede hoofdelijk aansprakelijk. De bestuurders hebben niet de zorgvuldigheid in acht genomen die zij jegens de individuele schuldeiser [appellante] in acht hadden behoren te nemen. Er waren geen adequate voorzieningen getroffen voor de voldoening van de vorderingen van [appellante] en er was sprake van selectieve betalingen. [Beheer] heeft tezamen met [vader van enig bestuurder van Beheer], de vader van [enig bestuurder van Beheer] en feitelijk bestuurder van HAG, bewerkstelligd dat HAG is “leeggemaakt” door projecten aan te nemen op naam van een andere vennootschap, genaamd Tuintechnisch Hoveniersbedrijf [tuintechnisch hoveniersbedrijf] B.V. – naar de stellingen van [appellante] het bedrijf van [vader van enig bestuurder van Beheer] (het hof neemt op grond van de stukken aan dat [vader van enig bestuurder van Beheer] directeur/grootaandeelhouder is van [holding] Holding B.V., de bestuurder en enig aandeelhouder van Tuintechnisch Hoveniersbedrijf [tuintechnisch hoveniersbedrijf] B.V.) - en de kosten voor grondstoffen, materieel en personeel te laten vallen in de onderneming van HAG zonder Tuintechnisch Hoveniersbedrijf [tuintechnisch hoveniersbedrijf] B.V. daarvoor te factureren. HAG verarmde hierdoor ten gunste van Tuintechnisch Hoveniersbedrijf [tuintechnisch hoveniersbedrijf] B.V. voormeld, en is hierdoor uiteindelijk in staat van faillissement verklaard, aldus [appellante]. Een voormalig werknemer van Hoverniersbedrijf [tuintechnisch hoveniersbedrijf] B.V. genaamd [voormalig werknemer van tuintechnisch hoveniersbedrijf] (hierna “[voormalig werknemer van tuintechnisch hoveniersbedrijf]”) heeft over deze gang van zaken verklaard aan de directeur van [appellante] en haar raadslieden, zo heeft [appellante] voorts gesteld.