Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5 Het verloop van de procedure
- de memorie van antwoord van 24 december 2013;
- de akte inzake deskundigenonderzoek van [appellant] van 4 februari 2014;
- de antwoordakte van [schadeverzekeringen] van 4 maart 2014.
6 De gronden van het hoger beroep
7 De beoordeling
Het hof is met partijen van oordeel dat thans eerst deskundigenonderzoeken moeten worden verricht en wel door een neuroloog, om het letsel en de klachten – in brede zin - van [appellant] na het eerste en na het tweede ongeval in kaart te brengen en de vraag te beantwoorden in hoeverre die letsels en klachten een gevolg zijn van het eerste c.q. het tweede ongeval; vervolgens door een verzekeringsgeneeskundige, om de uit de door de neuroloog vastgestelde letsels en klachten voortvloeiende beperkingen van [appellant] in beeld te brengen; en daarna door een arbeidskundige om een rapport uit te brengen over de arbeidsmogelijkheden van [appellant] , gegeven de door de verzekeringsgeneeskundige beschreven beperkingen. Het hof zal niet afzonderlijk een neuropsycholoog, psychiater of handchirurg benoemen, maar aan de neuroloog overlaten of hij inschakeling van een van deze, of een andere, deskundige noodzakelijk acht. Daarover dient de neuroloog zo nodig te overleggen met de in het dictum te noemen raadsheer-commissaris.
1.DE SITUATIE MET ONGEVAL
2.DE SITUATIE ZONDER ONGEVAL (aanbeveling 2.2.14 en 2.2.16 RMSR)
3. OVERIG (aanbeveling 2.2.11 RMSR)
Wilt u een beschrijving geven van de woning en de tuin van [appellant] ?
Wilt u de belasting in de verschillende deeltaken aan, in en om het huis en in de tuin van X beschrijven?
Wilt u deze belasting relateren aan de door de verzekeringsgeneeskundige omschreven belastbaarheid en aangeven welke taken [appellant] redelijkerwijs niet meer kan uitvoeren?
Wat is de behoefte aan hulp, uitgedrukt in uren per jaar?
Wat zijn de redelijkerwijs met die hulp gemoeide kosten?
Wilt u aangeven of de hulpbehoefte door bepaalde voorzieningen en/of hulpmiddelen en/of inrichting kan worden verminderd? Zo ja, door middel van welke voorzieningen/hulpmiddelen/inrichting en in welke mate beïnvloeden deze de behoefte aan hulp en de daarmee gemoeide kosten?
Acht u het waarschijnlijk dat de door u vastgestelde hulpbehoefte en de daarmee gemoeide kosten in de toekomst nog zullen veranderen? Zo ja, op welke wijze?
Wilt u de genoten opleidingen en het arbeidsverleden van [appellant] beschrijven?
Acht u [appellant] op grond van de door de verzekeringsgeneeskundige beschreven belastbaarheid nog in staat om werkzaamheden vergelijkbaar met zijn toenmalige werkzaamheden bij DAF te verrichten? Zo ja, in welke omvang? Indien daartoe aanpassingen noodzakelijk zijn, welke aanpassingen betreft dat dan?
Welk inkomen kan [appellant] daarmee genereren?
Acht u het aannemelijk dat [appellant] de arbeid waarvoor hij door u eventueel nog geschikt wordt geacht ook daadwerkelijk kan verwerven? Zo ja, op welke termijn? In hoeverre is daarbij van belang dat [appellant] een postacademische cursus (op HBO-niveau) “Kwaliteit en management” heeft gevolgd? Indien daartoe nog een verdere opleiding of begeleiding noodzakelijk is wordt u verzocht aan te geven wat de mogelijkheden daartoe zijn.
Kunt u, uitgaande van de werkzaamheden die [appellant] voor het ongeval verrichtte en rekening houdende met een normaal te verwachten carrière aangeven wat [appellant] in de hypothetische situatie zonder ongeval zou hebben verdiend?
Welke opmerkingen zijn naar uw oordeel verder van belang ten behoeve van de door het hof te nemen beslissing?