In deze zaak ging het om de ontnemingsvordering van wederrechtelijk verkregen voordeel door de veroordeelde uit de hennepteelt in een ondergrondse kelder onder zijn zwembad. De rechtbank had eerder een bedrag van €353.121,-- vastgesteld, gebaseerd op drie oogsten en anonieme brieven, maar het hof vernietigde dit vonnis.
Het hof oordeelde dat de vrijspraak van het telen van hennep technisch van aard was en de ontneming van het voordeel niet in de weg stond. De anonieme brieven waarop de rechtbank zich baseerde, waren onvoldoende onderzocht op betrouwbaarheid en verdedigingsrechten, zodat het hof slechts uitging van één oogst. Het BOOM-rapport werd als betrouwbare basis voor de voordeelberekening bevestigd, ondanks bezwaren van de verdediging met een doctoraatonderzoek.
De opbrengst per plant werd vastgesteld op 15,8 gram, lager dan de standaard 23 gram vanwege de gebruikte assimilatiebelichting. Na aftrek van kosten voor afschrijving, kweekmateriaal, energie en personeel kwam het hof tot een netto voordeel van €72.250,--. De veroordeelde werd als organisator en opdrachtgever van de hennepkwekerij aangemerkt en volledig aansprakelijk gehouden voor het voordeel. Het hof legde hem de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen, rekening houdend met zijn draagkracht en de mogelijkheid tot uitstel of betaling in termijnen.