Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant],wonende te [woonplaats],
[appellante],wonende te [woonplaats],
6.Het geding in hoger beroep
7.De verdere beoordeling
door[huurder] zijn verricht. Dat de betalingen
van de rekening met de tenaamstelling[huurder] zijn verricht, is daarvoor onvoldoende. Klaarblijkelijk zijn de betalingen verricht door [getuige 2] buiten medeweten van (de vennoten van) [huurder]. Tussen partijen is niet in geschil dat [getuige 2] niet bevoegd of gevolmachtigd was om namens [huurder] te handelen. Dit betekent dat niet kan worden geoordeeld dat [huurder] de huurovereenkomst door nakoming heeft bekrachtigd.
a fortiorigeen sprake van verlenging van de huurovereenkomst van [huurder] met [geïntimeerde]. Daarmee komt deze grondslag aan de vorderingen van [geïntimeerde] tegen [appellanten] geheel te ontvallen.