Uitspraak
hij op of omstreeks 18 december 2011 te Oisterwijk ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om opzettelijk [B] en/of [C] en/of [D] en/of [A] en/of [E] en een andere (zich in de directe omgeving van voornoemde personen bevindende) persoon van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een vuurwapen in de richting van die [B] en/of [C] en/of [D] en/of [A] en/of [E] en/of een andere (zich in de directe omgeving van voornoemde personen bevindende) persoon meerdere kogels heeft afgevuurd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op of omstreeks 18 december 2011 te Oisterwijk een wapen van categorie III in de betekenis van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool (merk Beretta), en/of munitie van categorie III in de betekenis van de Wet wapens en munitie, te weten 6 volmantelpatronen (merk Fiocchi), voorhanden heeft gehad;
hij op of omstreeks 18 december 2011 te Oisterwijk opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 196 gram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
c). de bestuurder van de Volkswagen Polo werd door de verbalisanten herkend als [C], de bijrijder bleek [D] te zijn;
d). met name deze [D] riep geëmotioneerd naar de verbalisanten dat hij even te voren door de eigenaar van café [naam van café] was beschoten;
e). er werd gezegd dat iemand uit hun groep gewond was geraakt en dat men op weg was naar het ziekenhuis. De aanleiding van het gebeuren zou gelegen zijn in het omvallen van een kerstboom;
f). de verbalisanten lieten de auto’s hun weg vervolgen en gaven hun bevindingen via de mobilofoon door aan hun collega’s;
g). toen uit navraag bij collega’s bleek dat de beide auto’s niet waargenomen werden op de kortste weg naar het ziekenhuis, heeft men wederom uitgekeken naar beide auto’s teneinde de personenauto’s en de inzittenden te controleren;
h). de verbalisanten zagen vervolgens dat de bestuurders van de Volkswagen Polo met daar achter een BMW uit eigen beweging stopten en dat uit die personenauto’s vervolgens diverse personen stapten, waaronder eerder genoemde [C] en [D];
i). de personenauto’s en de inzittenden zijn vervolgens gecontroleerd, dat wil zeggen dat de personenauto’s werden doorzocht, de inzittenden werden gefouilleerd en de identiteit van de inzittenden werd vastgesteld;
j). er werden geen voorwerpen aangetroffen die voor inbeslagname vatbaar waren;
k). de verdere gegevens van de inzittenden (buiten eerder genoemde [C] en [D] waren dat [B], [G], [A], [H] en [I]) zijn via de meldkamer opgevraagd. Daaruit zijn geen voor dit onderzoek relevante gegevens naar voren gekomen [3] ;
l). [B] verklaarde dat op de auto’s is geschoten en dat zij de eigenaar van het café toen op straat zag staan [4] ;
m). verbalisant [verbalisant 2] heeft gerelateerd dat de inzittenden eigenlijk niet de bemoeienis van de politie wensten [5] ;
n). in overleg met de chef van dienst (het hof: officier van dienst) is besloten de inzittenden ter plaatse op te houden, in afwachting van het onderzoek bij café [naam van café]. Op enig moment is in opdracht van de chef van dienst het onderzoek bij de auto’s beëindigd [6] .
Geen van de personen wenste aangifte te doen [7] .
b). zij hebben geconstateerd dat het buiten het café rustig was, terwijl er binnen geschrokken bezoekers zaten;
c). de eigenaar van het café, de verdachte, was buiten en is gecontroleerd door de noodhulp: hij bleek geen wapen bij zich te dragen;
d). de verdachte probeerde de situatie te bagatelliseren;
e). in het café waren nog ongeveer zes klanten aanwezig: twee groepjes van drie;
f). van elk groepje zijn de personalia van één persoon genoteerd: van het ene groepje zijn de personalia van [J] genoteerd, van het andere groepje die van [K];
g). de aanwezige barmedewerksters [L] en [M] wilden op een vraag van verbalisant [verbalisant 4] niet veel vertellen en zij zeiden van niets te weten;
h). een vriendin van [L], [N], was ook aanwezig en wilde wel verklaren: zij liet weten dat de verdachte ‘over de zeik ging’ toen de kerstboom omviel die in hoek stond waar de groep van [C] stond, dat de verdachte de groep toen buiten heeft gezet, dat er buiten met flessen en glaswerk is gegooid en dat ze heeft gehoord dat er is geschoten, maar dat ze het schieten zelf niet heeft gezien of gehoord;
j). aan het einde van het onderzoek kwam de vrouw van de verdachte ter plaatse, die vervolgens de nog aanwezige klanten heeft weggestuurd [9] ;
b). de verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 9] zijn ter plaatse gegaan en hebben geconstateerd dat er een soort schampschot in de muur zat aan de zijde van de gordijnen;
c). vervolgens is ter plaatse een sporenonderzoek uitgevoerd door een forensisch onderzoeksteam van de politie, waarbij onder meer het projectiel (een kogel) werd veiliggesteld. [11]
b). op de eerste verdieping van de woning, op een kast in de ouderlijke slaapkamer, werd een vuurwapen met zes patronen aangetroffen en in beslag genomen [12] ;
c). daar het zicht op de kast door een opstaand randje werd belemmerd heeft de verbalisant met de blote vinger een daar gevoeld voorwerp verschoven en vervolgens gezien dat het een vuurwapen betrof. Het vuurwapen is vervolgens door verbalisant [verbalisant 10], die wel latex handschoenen droeg, veiliggesteld. Het vuurwapen is niet veiliggesteld voor een DNA-onderzoek, aangezien, zo wordt geverbaliseerd, verbalisant [verbalisant 11] contact heeft gehad met het vuurwapen. [13]
hij op 18 december 2011 te Oisterwijk ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om opzettelijk [B] en/of [C] en/of
[D] en/of [A] en/of een andere zich in de directe omgeving van voornoemde personen bevindende persoon meerdere kogels heeft afgevuurd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op 18 december 2011 te Oisterwijk een wapen van categorie III in de betekenis van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool (merk Beretta), en munitie van categorie III in de betekenis van de Wet wapens en munitie, te weten 6 volmantelpatronen (merk Fiocchi), voorhanden heeft gehad;
hij op 18 december 2011 te Oisterwijk opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 196 gram hasjiesj, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
36 (zesendertig) maanden.
€ 1.000,00 (duizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 december 2011 tot aan de dag der voldoening, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 1.000,00 (duizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 december 2011 tot aan de dag der voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
20 (twintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.