Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 2291796 CV EXPL 13-5473)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven tevens vermeerdering van eis, met producties;
- de memorie van antwoord;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de bij formulier H12 op 14 januari 2015 door [appellante] toegezonden producties, die zij bij het pleidooi bij akte in het geding heeft gebracht.
3.De beoordeling
redelijkeverhoging voor te stellen en geen enkele wettelijke of contractuele bepaling een huurder dwingt in te stemmen met een
redelijkehuurprijsverhoging. Nakoming van een contractuele verplichting door de verhuurder kan dan ook niet dienen als grondslag voor een vordering die erop is gericht een declaratoire uitspraak te verkrijgen over de redelijkheid van een voorstel tot huurverhoging. Het aanbieden van een onredelijke huurverhoging is evenmin onrechtmatig, omdat het enkele aanbod geen consequenties heeft voor de huurprijs en het de huurder vrij staat een dergelijk aanbod af te wijzen.