ECLI:NL:HR:2000:AA5863
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid inbeslagname en vernietiging kalveren en terugbetaling schadevergoeding
Eiser vorderde schadevergoeding van de Staat wegens de inbeslagname en vernietiging van mestkalveren die positief testten op mapenterol, een verboden groeibevorderaar. De rechtbank veroordeelde de Staat tot betaling van een schadevergoeding gebaseerd op een taxatie van de kalveren, maar het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat de waarde van de kalveren op nihil moest worden gesteld omdat het bezit en de handel in deze kalveren verboden was.
De Hoge Raad bevestigde dat de inbeslagname en vernietiging rechtmatig waren en dat de Staat niet gehouden was tot betaling van de marktwaarde van de kalveren. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat eiser de reeds betaalde schadevergoeding met wettelijke rente moest terugbetalen, ook al was deze betaling vrijwillig gedaan op grond van een uitvoerbaar verklaard vonnis dat later werd vernietigd.
De procedure omvatte meerdere instanties, waarbij het hof het vonnis van de rechtbank vernietigde en de vorderingen van eiser afwees. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van eiser en veroordeelde hem in de kosten van het geding. Hiermee werd de rechtmatigheid van de inbeslagname en vernietiging bevestigd en de terugvordering van de schadevergoeding gegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld tot terugbetaling van de schadevergoeding met rente.