Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 2131756/346 CV EXPL 13-5698)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met één productie;
- de memorie van antwoord.
3.De beoordeling
artikel 34 A van die CAO van toepassing is.
d.d. 28 mei 2009 wordt gezien de bewoordingen daarvan in artikel 7 kennelijk Pro naar
artikel 34 A lid 2 a. en b. van de CAO verwezen, hoewel ‘lid 2 a. en b.’ als zodanig niet worden genoemd. Artikel 7 van Pro de gemaakte afspraken kan in verbinding met
artikel 34 A lid 2 a. en b. naar objectieve maatstaven niet anders worden begrepen, dan dat in plaats van een periode van één jaar, genoemd in artikel 34 A lid 2 sub a., waarover extra reistijd vanwege een langere afstand woon/werk wordt vergoed, een periode van drie jaar geldt.
de werknemer die dienst heeft buiten de standplaats” te begrijpen als een vergoeding voor reiskosten, die worden gemaakt ingeval de op te dragen werkzaamheden niet vanuit de standplaats worden verricht, maar dat deze vergoeding niet ziet op het gewone woon/werkverkeer naar de standplaats.