ECLI:NL:GHSHE:2015:712

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
5 maart 2015
Publicatiedatum
5 maart 2015
Zaaknummer
HV 200 160 793_01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 359 RvArt. 278 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van appellant wegens niet-ingediend beroepschrift door advocaat

In deze civiele zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank Limburg. Het hoger beroep werd ingediend via een brief van appellant zelf, zonder tussenkomst van een advocaat, wat niet voldoet aan de vereisten van artikel 359 juncto Pro artikel 278 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De griffie van het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft appellant tweemaal de gelegenheid geboden om het verzuim te herstellen door alsnog een beroepschrift via een advocaat in te dienen. Appellant heeft hier geen gebruik van gemaakt. Later heeft een advocaat namens appellant het beroep ingetrokken, maar dit doet niet af aan het eerdere verzuim dat nooit is hersteld.

Het hof verklaart appellant daarom niet-ontvankelijk in haar verzoek tot hoger beroep. Dit betekent dat het hoger beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard en de uitspraak van de rechtbank Limburg in stand blijft.

Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van het beroepschrift door een advocaat en het niet herstellen van het verzuim.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht
Uitspraak: 5 maart 2015
Zaaknummer: HV 200.160.793/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/03/11/539 R
in de zaak in hoger beroep van:
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen : [appellante].

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 25 november 2014.

2.Het geding in hoger beroep

[appellante] heeft, nu zij het met de beslissing niet eens is, bij brief van 1 december 2014 bezwaar gemaakt tegen bovengenoemd vonnis. Vervolgens heeft de griffie van het gerechtshof - nu [appellante] had verzuimd een beroepschrift in te dienen door middel van een advocaat - [appellante] in de gelegenheid gesteld om alsnog haar verzuim te herstellen, zowel bij brief van 8 december 2014 als bij schrijven van 12 januari 2015. Van deze door de griffie geboden mogelijkheid heeft [appellante] evenwel geen gebruik gemaakt.
Op 20 februari 2015 heeft mr. J.A. van Gemeren, een in bovengenoemde zaak niet geregistreerde advocaat, op verzoek en in opdracht van [appellante] het gerechtshof onder meer laten weten dat de al eerder ingeschreven zaak als ingetrokken dient te worden beschouwd.

3.De beoordeling

Ingevolge artikel 359 Rv Pro juncto 278 Rv dient een beroepschrift door een advocaat te worden ingediend. In het geval van [appellante] is hier evenwel niet aan voldaan. Nu [appellante] het hoger beroep destijds niet op de juiste wijze heeft ingesteld, zal [appellante] niet-ontvankelijk worden verklaard in haar verzoek. De latere intrekking van 20 februari 2015 doet aan dit eerdere, nadien nooit meer herstelde verzuim niet af.

4.De beslissing

Het hof:
verklaart [appellante] niet-ontvankelijk in haar verzoek.
Dit arrest is gewezen door mrs. L.Th.L.G. Pellis, P.J.M. Bongaarts en J.J. Minnaar en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2015.