De man is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die zijn verzoek tot verlaging van de kinderalimentatie heeft afgewezen. De rechtbank had geoordeeld dat het inkomensverlies van de man verwijtbaar en voor herstel vatbaar was. De man stelde dat het verlies niet door hem was veroorzaakt en dat hij zich voldoende inspande om nieuw werk te vinden.
Het hof oordeelt dat het inkomensverlies wel aan de man is toe te rekenen vanwege laakbare gedragingen die tot ontslag bij zijn oude werkgever hebben geleid. Het hof acht het inkomensverlies niet verder herstel vatbaar, mede omdat de man inmiddels bij een nieuwe werkgever werkt met een lager salaris dat als maximaal haalbaar wordt gezien.
Het hof stelt een fictief inkomen vast gelijk aan het huidige salaris bij de nieuwe werkgever voor de periode van WW-uitkering en neemt het werkelijke inkomen vanaf september 2014. De behoefte van het kind wordt vastgesteld op €650 per maand, waarvan de helft voor rekening van de man komt, resulterend in een kinderalimentatie van €325 per maand vanaf 3 juni 2013.
Daarnaast bepaalt het hof dat de man het teveel betaalde bedrag aan kinderalimentatie mag terugvorderen en verrekenen met toekomstige betalingen, met een maximale verrekening van €50 per maand. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en gewijzigd overeenkomstig deze overwegingen.