Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
-onder aanvulling van de gronden
-worden bekrachtigd.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een totale schuldenlast van €17.120,80, waaronder een schuld voortvloeiend uit een strafrechtelijke veroordeling. De rechtbank wees dit verzoek af omdat onvoldoende aannemelijk was dat appellant de verplichtingen uit de regeling zou nakomen en zich zou inspannen om baten voor de boedel te verwerven.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij sinds zijn detentie geen nieuwe schulden heeft gemaakt, gemotiveerd is om zijn schulden af te lossen en dat zijn psychosociale problematiek, waaronder schizofrenie, beheersbaar is mits hij medicatie gebruikt. Hij ontkende opname in een TBS-kliniek en stelde dat hij adequaat wordt gemonitord door hulpverleners.
Het hof oordeelde dat appellant schulden heeft die voortkomen uit een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling en dat hij schulden heeft laten ontstaan of onbetaald gelaten vanwege detentie. Daarnaast ontbrak onderbouwing van vrijwel alle schulden, waardoor niet kon worden vastgesteld dat deze te goeder trouw zijn ontstaan. De psychosociale problematiek van appellant is niet duurzaam beheersbaar aangetoond, mede doordat geen verklaring van een hulpverlener is overgelegd.
Daarom is niet aannemelijk dat appellant de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zal nakomen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende beheersbaarheid van psychosociale problematiek.