Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Academisch Ziekenhuis Maastricht,
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 160438/HA ZA 11-336)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het exploot van anticipatie van 24 februari 2014;
- de memorie van grieven van 27 mei 2014 met tien producties;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep van 5 augustus 2014 met twee producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep van 14 oktober 2014 met twee producties;
- het pleidooi van 8 januari 2015, waarbij voor [appellante] gepleit is door haar advocaat en voor het azM door mr. K. Mous, en waarbij beide partijen pleitnotities hebben overgelegd.
3.De beoordeling
VG: RSI handen, slaapklachten v. pijn
“Hiernaast zijn nog meerdere gesprekken op tape opgenomen, van [appellante] en [echtgenoot appellante] met o.a. dhr. [X.] (klachtencoördinator AZM), [arts 3] (AZM) huisarts [huisarts 4] , dhr. [Y.] (AZM), dhr. [Z.] (AZM) en dhr. [A.] (AZM).”
afwezigheidvan bepaalde symptomen, mede gelet op het doel waarvoor het medisch dossier wordt bijgehouden, niet in alle gevallen behoeft te worden genoteerd, uit de standpunten van partijen blijkt dat het mogelijk optreden van een caudasyndroom bij klachten over hevige rugpijn, ofschoon vrij zeldzaam, een van de meest gevreesde complicaties betreft die vrijwel altijd tot een operatie leidt. Dat zo zijnde is niet goed voorstelbaar dat de negatieve uitkomst van een specifiek daarop uitgevoerd onderzoek níet in het medisch dossier zou worden vermeld. Dat betekent dat de niet-vermelding van het uitvoeren van een onderzoek naar de anusreflex en van de spanning van de anale sfincter als een contra-indicatie voor het uitvoeren van die onderzoeken kan worden aangemerkt. Daarbij komt dat er twee onder ede afgelegde verklaringen voorhanden zijn waarin wordt gezegd dat genoemde onderzoeken niet hebben plaatsgevonden.
voorlopigoordeel van het hof is dat het geval. Het hof baseert zich daarbij met name op de rapporten van [neuroloog] en [arts-deskundige] (zie r.o. 3.5.4).
stelt– hetgeen [appellante] betwist - dat zij [appellante] in het rijbroekgebied heeft onderzocht, af dat [huisarts 3] zelf kennelijk vond dat het aangewezen was om bij [appellante] op dat moment die onderzoeken te verrichten.
vast staatdat [appellante] op 12 januari 2002 al mictieproblemen had; het hof kan echter evenmin vaststellen dat die problemen er toen
nog nietwaren.
voorlopigeoordeel, dat aan het azM ook in dit opzicht een toerekenbare tekortkoming verweten kan worden, te laten toetsen door een medisch deskundige, een neuroloog.
Omkeringsregel
Kansschade
- onderzoek moeten doen in het rijbroekgebied,
- de anusreflex en anale sfincter moeten onderzoeken,
- moeten navragen bij [appellante] hoe het plassen tot stand was gekomen (spontaan of door drukken op de onderbuik),
- een controle moeten uitvoeren op het mogelijk achtergebleven zijn van een residu in de blaas (door nakatheterisatie of een bladderscan)?
bij voorkeur eensluidendvoorstellen kunnen doen voor de persoon of personen van de te benoemen deskundige(n). Partijen kunnen zich tevens uitlaten over de door het hof voorgestelde vragen.