Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr./rolnr. C/04/114417 / HA ZA 12-62)
2.Het geding in hoger beroep
conclusie (noot hof: enkelvoud
) na enquête en contra enquête” en “
nadere Conclusie (noot hof: enkelvoud
) na Enquête en Contra-enquête”. [geïntimeerden] spreken in hun memorie van antwoord in principaal appel over “
conclusie na enquête en contra-enquête van beide partijen” en over “nadere (antwoord) conclusie na enquête en contra-enquête van beide partijen”. Nu [appellant] in zijn memorie van antwoord daar verder niet op heeft gereageerd en de net door [geïntimeerden] genoemde vier conclusies zich in het hofdossier bevinden, gaat het hof tevens van die stukken uit.
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
) kwamen (…) [geïntimeerde 1] en (…) [geïntimeerde 2] naar mij toe. Zij wilden een parenclub beginnen in [vestigingsplaats] . Daarvoor was een verbouwing nodig, waarvoor geld nodig was. (…) [geïntimeerde 1] en (…) [geïntimeerde 2] hadden dit geld zelf niet maar zij kenden iemand die het geld wel had. De verbouwing zou ongeveer 55.000 euro gaan kosten en voor dat bedrag heeft een medewerker van mijn kantoor een geldleningsovereenkomst opgesteld.
ik al zei was er gezegd dat het wenselijk was om een gesprek met [geïntimeerde 1] te hebben. Ik heb [geïntimeerde 1] toen gebeld en verteld dat hij borg zou moeten staan zodat [appellant] meer geld zou kunnen lenen. Dit zodat [appellant] niet alles zou kwijtraken. Ik ben daarna naar [geïntimeerde 1] toegegaan om dit verder uit te leggen. [geïntimeerde 1] heeft toen gezegd “ik teken niks, ik wil er niks mee te maken hebben”. Ik zei toen “maar er is toch al een grote som geld geleend”, waarop hij zei “hij kan me niks maken, ik heb blanco volmacht”. Zo wist ik dus dat er sprake was van een geldlening.
) vraag mij of [geïntimeerde 2] en/of [geïntimeerde 1] ooit letterlijk tegen mij hebben gezegd dat ze geld hadden geleend. Exact hebben zij gezegd dat zij een geldschieter hadden. Een geldschieter die hen een hoop geld had geleend. U vraag mij of zij alleen hebben gezegd dat zij een geldschieter hadden en ik dat zelf heb geassocieerd met veel geld lenen. Ik heb dat zelf in elk geval daarmee geassocieerd, ik weet niet meer of het ook zo is gezegd.
) toen ook nog tegen [getuige 1] gezegd dat dit een investering was van [appellant] . Daarna heb ik tegen [getuige 1] gezegd dat ik niet zou tekenen en ook dat de heer [appellant] niet aanwezig was om te tekenen. Daarop zei [getuige 1] (…) dat ook [getuige 3] voor hem zou kunnen tekenen. (…)
) hebben verklaard dat ik heb gesuggereerd dat [getuige 3] ook wel zou kunnen tekenen voor [appellant] en dat feitelijk [geïntimeerde 2] op kantoor haar handtekening heeft geplaatst en [getuige 3] op de plek van [appellant] heeft getekend. Ik herhaal nogmaals dat ik mij van de inhoud van het gesprek met [geïntimeerde 2] niets meer kan herinneren. (…)”
U vraagt mij hoe het document wat onder 2.8 van het tussenvonnis (noot hof: het in dit arrest in r.o. 4.1 sub h genoemde document)
is opgenomen tot stand is gekomen. Dit is gegaan zoals mijn vrouw net heeft gezegd. [appellant] kwam (…) aan de deur (…). Hij wilde het hebben over hoe we het zouden gaan doen met de parenclub [parenclub] . (…) We hebben samen besproken wat er op papier moest komen te staan. Dit hebben we gedaan aan de hand van voorbeelden. (…) De afspraken die in het document staan hebben wij samen gemaakt. Mijn vrouw en de heer [betrokkene 1] waren aan het koken. Het document is geprint en toen hebben we het gezamenlijk doorgenomen (…) [appellant] heeft vervolgens linksonder zijn gegevens, naam, sofinummer en handtekening gezet. Ik vul daarbij nog aan dat deze gegevens van [appellant] door mijn vrouw zijn gecontroleerd omdat zij de ID-kaart van [appellant] heeft gezien. (…)”.
U houdt mij het document voor dat is geciteerd onder 2.8 van het tussenvonnis(noot hof: het in dit arrest in r.o. 4.1 sub h genoemde document
). (…). Op 13 mei 2011 is de heer [appellant] naar [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 1] gekomen. (…) [appellant] en [geïntimeerde 1] hebben achter de computer een document opgesteld. Daarna zijn zij aan tafel gaan zitten. (…) Het formulier is toen doorgesproken en ondertekend. (…)