Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.De vennootschap onder firma [V.O.F.] ,gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
[appellant 2] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellant 3] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/298501/ KG ZA 15-561)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven, wijziging van eis en producties ;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep.
3. De beoordeling
-uit door haar aangeschafte partijen grondstoffen. [geïntimeerde] produceerde veelal partijen van 100 tot 150 ton. Een geproduceerde partij werd bij [geïntimeerde] in een silo gestort en vervolgens in delen (er vonden drie á vier leveranties per week in auto’s van 30 ton plaats) op bestelling aan [appellanten] geleverd. Een partij werd door [geïntimeerde] vergezeld van een “label”, een computeruitdraai waarop de grondstoffen en de nutritionele waarde van de partij stonden vermeld.
Voorschriften van EU-verordeningen als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van de wet zijn de artikelen 4, 5, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, 6, eerste en derde lid, 7, eerste lid, 9, eerste en tweede lid, 11, 23, eerste lid, en 24 van de verordening (EG) nr. 183/2005.’
Voor andere dan de in lid 1 bedoelde handelingen, met inbegrip van het mengen van voeder uitsluitend voor gebruik op het eigen bedrijf met gebruikmaking van toevoegingsmiddelen of voormengsels van toevoegingsmiddelen, met uitzondering van inkuiladditieven, houden exploitanten van diervoederbedrijven zich aan de voorschriften van bijlage II, voorzover die voor de uitgevoerde handelingen relevant zijn.”
De producenten moeten bijhouden welke grondstoffen in het eindproduct zijn gebruikt, om de traceerbaarheid te waarborgen. Deze gegevens moeten toegankelijk zijn voor de bevoegde autoriteiten gedurende een periode die is afgestemd op het gebruik waarvoor de producten in de handel worden gebracht. Bovendien moeten, met het oog op de traceerbaarheid, volgens een vooraf door de fabrikant vastgestelde procedure, van de ingrediënten en van iedere partij producten die geproduceerd en in de handel worden gebracht, of van ieder afzonderlijk productiegedeelte (in geval van continuproductie), voldoende monsters genomen en bewaard worden (..). Deze monsters moeten zodanig verzegeld en van etiketten voorzien worden dat zij gemakkelijk geïdentificeerd kunnen worden. Zij moeten zodanig worden bewaard dat verandering van de samenstelling of aantasting van het monster uitgesloten is. Zij moeten ter beschikking van de bevoegde autoriteiten worden gehouden gedurende een periode die is afgestemd op het gebruik waarvoor de diervoeders in de handel worden gebracht. (..).’
“het gebruik waarvoor de diervoeders in de handel worden gebracht”.Een toelichting op dit begrip of gepubliceerde jurisprudentie hierover heeft het hof niet gevonden.
om het te kunnen maken en transporteren” (prod. 19 [appellanten] ). Over het risico van de onverkoopbaarheid van het door [geïntimeerde] gefabriceerde mengvoer, een eventuele afspraak met betrekking tot het risico voor mislukkingen in het productieproces tussen partijen en/of het bestaan van een afnameverplichting voor [appellanten] is niets of onvoldoende gesteld.
sterk tegenvallende prestaties” van de vleesvarkens, zodat niet tot de conclusie kan worden gekomen dat [appellanten] als het ware lukraak aan het vissen is naar oorzaken van de tegenvallende prestaties.