Conclusie
2.Bespreking van het cassatieberoep
Grief 1 in het principale appelhoudt in dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat ook bij verzoekschrift op grond van artikel 843a Rv overlegging van stukken kan worden gevraagd. Syngenta betoogt dat dit uitsluitend kan als het verzoek wordt gedaan als onderdeel van een reeds lopend geding dat de vorm heeft van een verzoekschriftprocedure. Als een reeds lopend geding is niet te beschouwen het verzoek tot het gelasten van een voorlopig getuigenverhoor, omdat dat geen volwaardige inhoudelijke behandeling van het geschil met zich brengt en het doelmatigheidsargument - dat het de voorkeur verdient dat de rechter die over de inhoud van de zaak oordeelt, ook over het 843a-verzoek oordeelt - dan niet opgaat.
lijkt te suggererendat dat recht alleen in een dagvaardingsprocedure (een bodemprocedure of een kort geding) kan worden ingeroepen. Artikel 162b Rv brengt daarin verandering. (…)” (cursivering A-G)
AIB/Novisem [60] zich ook voor toepassing buiten het IE-recht leent [61] . In par. 4.9 van de schriftelijke toelichting van Syngenta wordt instemmend naar deze opvatting verwezen en wordt voorts gesteld dat dit evenzeer geldt voor de maatstaf van HR 9 december 2016 (
Synthon/Astellas) [62] .
AIB/Novisemals volgt:
Synthon/Astellas, die ook een beweerde IE-inbreuk betrof, beantwoordde de Hoge Raad prejudiciële vragen van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Door Astellas was bepleit dat de Hoge Raad zou terugkomen van de maatstaf uit het
AIB/Novisem-arrest. De Hoge Raad bekrachtigde zijn eerdere uitspraak echter en overwoog:
AIB/Novisemals rov. 3.2.1 van het arrest
Synthon/Astellashoudt het oordeel in dat op grond van – met name art. 6 lid 1 van Pro – de Handhavingsrichtlijn, de eiser die zich voor zijn exhibitievordering op de voet van art. 1019a Rv in verbinding met art. 843a Rv op een rechtsbetrekking beroept die mede de grondslag voor het inzagerecht vormt, bij (gemotiveerde) betwisting van die rechtsbetrekking, het bestaan van de rechtsbetrekking voldoende aannemelijk moet maken. Eiser dient daarvoor zodanige feiten en omstandigheden te stellen en met reeds voorhanden bewijsmateriaal te onderbouwen dat voldoende aannemelijk is dat inbreuk op een recht van intellectuele eigendom is of dreigt te worden gemaakt.
Synthon/Astellasals volgt een verband tussen de toetsing van het rechtmatig belang en de eis van voldoende aannemelijkheid van de rechtsbetrekking:
AIB/Novisem-criterium een te zwaar vereiste voor toepassing in art. 843a-verband. Redengevend daarvoor is, zo begrijp ik, dat erkenning van het belang van de waarheidsvinding zo groot is en de laatste jaren zo sterk is gegroeid dat een juiste omschrijving van de inhoud van het woord “rechtmatig” eerder is dat er geen “onrechtmatig belang” mag zijn, waarbij de onrechtmatigheid ook nog eens voor iedere redelijk denkend mens duidelijk moet zijn.
AIB/Novisem- dat zij er (vooralsnog) niet van is overtuigd dat de door de Hoge Raad gegeven maatstaf ook moet worden toegepast in niet-IE zaken [66] .
tijdens een lopende procedurekrijgt in het wetsvoorstel (onder meer) een wettelijke basis in het voorgestelde art. 194 Rv Pro. Dit artikel voorziet in de mogelijkheid om in een procedure de rechter te verzoeken om de wederpartij te bevelen tot het verstrekken van inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens. Dit verzoek moet voldoen aan de vereisten van het voorgestelde artikel 149b lid 1 Rv, waaronder het vereiste van voldoende belang [75] .
Als een partij aannemelijk heeft gemaakt dat zij een voldoende belang heeft bij het verkrijgen van inzage van bepaalde gegevens, moet die inzage ook worden verstrekt(curs. A-G). Alleen als bij degene die over de verlangde gegevens beschikt, zwaarwegende belangen bestaan die zich tegen de gegevensverstrekking verzetten, hoeft geen inzage te worden gegeven. De bescherming van de belangen van degene van wie informatie wordt opgevraagd, wordt geregeld in het tweede lid van artikel 149b [76] .”
voorafgaandaan een (mogelijke) procedure wordt in het wetsvoorstel gelijkgesteld met de overige voorlopige bewijsverrichtingen [77] . De consequentie daarvan is dat het verzoek ten aanzien van de criteria van toewijzing/afwijzing op een lijn moet worden geplaatst met andere voorlopige bewijsverrichtingen, zoals bijvoorbeeld het voorlopig getuigenverhoor.
Synthon/Astellaseen verband tussen het vereiste van ‘voldoende belang’ - als vervanging van het vereiste ‘rechtmatig belang’ van art. 843a lid 1 Rv - en de eis van voldoende aannemelijkheid van de door art. 843a lid 1 Rv bedoelde rechtsbetrekking. Het vervangen van ‘rechtmatig belang’ door ‘voldoende belang’ brengt volgens de expertgroep namelijk mee dat de zwaardere eis van het arrest
AIB/Novisem(vooralsnog) niet in het commune recht behoeft te worden overgenomen. De expertgroep heeft in dat verband (onder meer) het volgende opgemerkt:
(Synthon/Astellas), samengevat in 3.3.4 , namelijk
‘dat de rechter bij zijn oordeel omtrent de toewijsbaarheid van een exhibitievordering in intellectuele-eigendomszaken in de toetsing van het ‘rechtmatig belang’ de belangen van de verweerder dient te betrekken, waaronder diens belang dat de bescherming van vertrouwelijke informatie is gewaarborgd, maar in het bijzonder ook om verschoond te blijven van de ingrijpende maatregel die exhibitie niet zelden is, ingeval de beweerde inbreuk niet voldoende aannemelijk is, of indien de exhibitie verlangende partij ook andere effectieve, maar voor de verweerder minder belastende middelen tot bewijsgaring ten dienste staan (zoals een voorlopig getuigenverhoor of deskundigenbericht)’. [85] ”
AIB/Novisemen
Synthon/Astellas(zie onder 2.23 van de conclusie).
AIB/Novisem-maatstaf - te weten dat de rechtsbetrekking voldoende aannemelijk moet worden gemaakt - in niet-IE zaken zou moeten worden toegepast, en dan ook nog eens - gelet op het
Synthon/Astellasarrest - op het begrip ‘rechtmatig belang’, ziet de
AIB/Novisem-maatstaf alleen op de situatie dat er sprake is van een (gemotiveerd)
betwisterechtsbetrekking (zie hiervoor, onder 2.24-2.27).
subonderdeel 2.2heeft het hof bovendien miskend dat de vraag of degene die exhibitie vordert zijn rechtmatig belang voldoende heeft gesteld en onderbouwd, moet worden beantwoord met inachtneming van het ter zake gevoerde verweer. Het hof heeft zijn oordeel (althans) onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd door niet (kenbaar) in te gaan op Syngenta’s betoog dat [verweerster] (i) volledige informatie heeft over de omstandigheden van de besmetting aangezien deze bij haar in de kassen is vastgesteld; (ii) zelf onderzoeken heeft laten uitvoeren, (iii) beschikt over uitgebreide correspondentie met Syngenta en (iv) over de RCA en het onderzoek van Scientia Terrae zelf, alsmede over e-mailcorrespondentie met DCM, en dat [verweerster] in dit licht geen rechtmatig belang bij verdere informatie heeft (onderbouwd) [89] . In het licht van deze stellingen, valt (zonder nadere motivering) niet in te zien dat [verweerster] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij belang heeft bij de voorbereidende stukken naast de RCA en het onderzoek van Scientia Terrae zelf. De enkele
mogelijkheiddat de voorbereidende stukken voor haar nuttig zijn naast die rapporten zelf, is hiertoe onvoldoende [90] .
subonderdeel 3.2is – verkort weergegeven – het oordeel onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd, nu Syngenta in hoger beroep gemotiveerd heeft gesteld dat en waarom de interne besluit- en gedachtevorming binnen Syngenta zoals die kenbaar is uit de door [verweerster] gevraagde stukken vertrouwelijk is, Syngenta heeft uiteengezet dat het gaat om communicatie binnen Syngenta en door Syngenta met haar externe adviseurs over hoe om te gaan met de besmetting en de juridische nasleep daarvan, en dat zij dit in vrijheid en beslotenheid moet kunnen doen [93] . Op dat essentiële betoog heeft het hof, zo stelt het subonderdeel, niet (kenbaar) gerespondeerd anders dan dat Syngenta “zwaarwegende belangen niet aannemelijk heeft gemaakt”, welke overweging in het licht van het gemotiveerde betoog van Syngenta evenwel ontoereikend is.
De Telegraaf/Staat [94] geoordeeld dat slechts van gewichtige redenen sprake kan zijn indien in de concrete omstandigheden van het geval de belangen waarop de geheimhoudingsplicht ten aanzien van de verlangde inlichtingen of stukken zich in het bijzonder richt, zwaarder wegen dan het zwaarwegende maatschappelijk belang dat in rechte de waarheid aan het licht komt.
alle (al dan niet tussentijdse en concept-) onderzoeksverslagen van de RCA” aldus moet worden verstaan dat hieronder óók tussentijdse en concept onderzoeksverslagen van de RCA moeten worden begrepen die deel uitmaken van de communicatie tussen Syngenta en haar advocaat, dat oordeel bovendien onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd is, althans zijn arrest innerlijk tegenstrijdig is, omdat het hof bescheiden waarbij het gaat om het overleg van Syngenta met haar advocaat (terecht) heeft uitgesloten van zijn exhibitieveroordeling [101] . In zoverre zou het oordeel van het hof oordeel eveneens getuigen van een onjuiste rechtsopvatting omdat deze onderzoeksverslagen van de RCA onder de ‘gewichtige redenen’- uitzondering van art. 843a lid 4 Rv vallen, althans onvoldoende zijn gemotiveerd in het licht van het beroep van Syngenta op die uitzondering, aldus subonderdeel 3.3 [102] .
zelf. Dergelijke stukken, ook voor zover Syngenta deze aan haar advocaat heeft verzonden, vallen niet onder “overleg met haar advocaat”.
subonderdeel 4.2heeft het hof daarnaast miskend dat indien een (definitief) stuk in het geding is gebracht, een goede rechtsbedeling geacht moet worden ook gewaarborgd te zijn zonder de stukken die betrekking hebben op de voorbereiding van dat stuk, behoudens concrete aanwijzingen van het tegendeel.
K./Aegon [106] .
in het algemeenmoet worden aangenomen dat een behoorlijke rechtspleging óók gewaarborgd is indien het bewijs van de onderwerpelijke feiten redelijkerwijs langs andere weg kan worden verkregen. Daarbij wordt uitdrukkelijk gewezen op de mogelijkheid tot het horen van getuigen.
Productie 1:Beschikking, onder 4.1) en dit voorlopig getuigenverhoor is ook al gepland. [verweerster] zal in dit getuigenverhoor twee werknemers van Syngenta horen die nauw betrokken waren bij de discussie over de besmetting; [betrokkene 1] (werkzaam als Lead Counsel Vegetables & Specialities) en [betrokkene 2] (werkzaam als Field Production Manager-EMEA-Vegetables). [verweerster] zal door middel van het getuigenverhoor, zeker in het licht van de uitgebreide informatie die zij al tot haar beschikking heeft over de besmetting, voldoende informatie kunnen verkrijgen om haar rechtspositie te kunnen bepalen.”