Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde] ,wonende te [woonplaats] ,
[Holding] Holding B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
Centaurus Investments B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
Centaurus Private Placement B.V.,
Centaurus Property Finance I B.V.,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/300549 / KG ZA 15-354)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven en met producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- de bij H12 formulier van 25 januari 2016 door [Property Group] toegezonden producties 1 tot en met 8 en de bij brief van 27 januari 2016 door [Property Group] toegezonden producties 8 en 9, die mr. Soebhag bij het pleidooi bij akte in het geding heeft gebracht;
- het pleidooi op 9 februari 2016, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd.
3.De beoordeling
Voor zover [geïntimeerden c.s.] hebben willen betogen dat eerst door [geldgever] althans [Property Group] het zekerheidsrecht had moeten worden uitgewonnen doet dit aan de toewijsbaarheid als hiervoor bedoeld niet af, nu het hebben van een zekerheidspositie ten opzichte van de schuldenaar niet tot voorafgaande uitwinning verplicht. Hetzelfde geldt voor hetgeen [geïntimeerden c.s.] hebben betoogd over het verloop van de projecten in Duitsland en hetgeen verkeerd is gelopen: dit regardeerde [geldgever] (en regardeert thans [Property Group] ) als gerechtigde tot terugbetaling van de leningen niet.