Uitspraak
5.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/03/179102/HA ZA 13-130)
6.Het geding in hoger beroep
7.De beoordeling
1. Incident beroep op (partiële) nietigheid dagvaarding 2. Incident toepasselijk recht”. [appellant] c.s. hebben hierin aangevoerd, samengevat, dat de dagvaarding nietig moet worden verklaard omdat deze niet voldoet aan de bepaling van art. 111, lid 2 sub d Rv. Zij hebben verder een verklaring voor recht gevorderd dat ten aanzien van de borgtochtovereenkomst van € 20.000,- en/of ten aanzien van de borgtochtovereenkomst van € 350.000,- Belgisch recht van toepassing is. De rechtbank heeft over deze door [appellant] als incident gekwalificeerde vorderingen geoordeeld dat bij geen van beiden sprake is van een incident, maar van een exceptie dan wel van principale verweren. Het in het incident gevorderde is afgewezen met veroordeling van [appellant] c.s. in de kosten.
zelfstandige grief I A”aan dat het kifid heeft bepaald dat
“de borgtocht geen dienstverlening is en mitsdien naar analogie ook niet onder de Algemene Bankvoorwaarden valt”.
zelfstandige grief I B” aan dat in de verhouding Rabobank – [appellante] moet worden uitgegaan van een cliëntrelatie, en dat de Rabobank haar om die reden had moeten inlichten omtrent de gevolgen en risico’s die zij liep door het geven van haar toestemming bij de borgtochtovereenkomsten.