ECLI:NL:GHSHE:2016:1783
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging weigering toelating schuldsaneringsregeling wegens ontbreken goede trouw
De appellant heeft bij de rechtbank verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens een schuldenlast van circa €31.400, waaronder een schuld aan het CJIB en alimentatieschulden. De rechtbank wees het verzoek af omdat niet aannemelijk was dat appellant te goeder trouw was geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van de schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij een reëel voorstel had gedaan aan schuldeisers, dat het CJIB akkoord ging met een minnelijk traject en dat zijn schulden voortkwamen uit een laag inkomen en persoonlijke omstandigheden. Hij deed tevens een beroep op de hardheidsclausule. Het hof oordeelde echter dat de schuld aan het CJIB en de alimentatieschuld te kwader trouw waren ontstaan, mede omdat appellant bewust onverzekerd heeft gereden en geen pogingen heeft gedaan om alimentatieverplichtingen te verlagen.
Ook het ontbreken van financiële stukken over zijn zelfstandige onderneming en het niet overleggen van relevante documenten leidde tot onvoldoende inzicht in de schulden. Het beroep op de hardheidsclausule werd verworpen omdat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat hij de omstandigheden die tot de schulden leidden onder controle had gekregen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de weigering tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens het ontbreken van goede trouw.