Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
Voor de ter zitting wel mondeling toegelichte belastingschuld - als in het vonnis van de rechtbank genoemd - van € 1838,=, zijnde 20% van de totale schuldenlast, geldt tenslotte dat volgens [appellante] sprake is van een omzetbelastingschuld (btw), welke schuld naar zijn aard in beginsel niet te goeder trouw is.