Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Artikel 3
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
een partij of een belanghebbendevoor vergoeding in aanmerking komen. De Heffingsambtenaar heeft ter zitting aangegeven zich te kunnen vinden in een vergoeding voor de reiskosten voor het bijwonen van de zittingen door zowel de gemachtigde als mevrouw [B] . Het Hof merkt hierbij op dat het uitsluitend de zitting in de verzetzaak (omdat het verzet gegrond is verklaard) en de zitting bij het Hof (omdat het hoger beroep gegrond is) betreft. Voor de gemaakte reiskosten voor de zitting bij de Rechtbank op 4 december 2015 wordt geen tegemoetkoming verleend, nu het bij de Rechtbank ingestelde beroep ongegrond is verklaard en het Hof dit oordeel in hoger beroep bevestigt.
5.Beslissing
- verklaarthet hoger beroep gegrond;
- vernietigtde uitspraak van de Rechtbank, doch uitsluitend voor zover daarbij geen vergoeding voor de gemaakte proceskosten is toegekend;
- bevestigtde uitspraak van de Rechtbank voor het overige;
- veroordeeltde Heffingsambtenaar in de kosten van het geding voor de Rechtbank en het Hof aan de zijde van belanghebbende tot een bedrag van, in totaal, € 112,72;
- gelastdat de Heffingsambtenaar aan belanghebbende het door deze ter zake van de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 123 vergoedt.