ECLI:NL:GHSHE:2016:1934
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Uitleg overeenkomst en kracht van verleende decharge in vennootschap onder firma
Partijen sloten in maart 2009 een vennootschap onder firma (v.o.f.) voor de exploitatie van een horecabedrijf. De vennoten brachten geld, inventaris en goodwill in en verdeelden arbeidsinbreng en winst volgens de overeenkomst. De samenwerking eindigde eind 2012 door opzegging door appellanten.
De jaarrekeningen over 2009-2011 waren door alle vennoten ondertekend, waarmee zij décharge verleenden. Appellanten stelden dat zij onder dwaling akkoord waren gegaan, maar het hof oordeelde dat de verleende décharge zich uitstrekt over de arbeidsvergoeding en dat eventuele dwaling voor hun rekening komt.
Verder werd geoordeeld dat de vennootschap is geliquideerd omdat de niet-opzeggende vennoten niet schriftelijk hebben verklaard het bedrijf voort te zetten conform de overeenkomst. De uitleg van de winstverdeling en arbeidsbeloning werd besproken, waarbij het hof een positieve arbeidsbeloning als kostenpost aannam, en stelde een redelijke fictieve arbeidsbeloning vast.
Het hof stond partijen toe tegenbewijs te leveren over de uitleg van de arbeidsbeloning en verwees de zaak naar rol voor getuigenverhoor, waarbij verdere beslissing werd aangehouden.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de v.o.f. is geliquideerd, verleende décharge geldt, en staat tegenbewijs toe over arbeidsbeloning, waarna getuigen worden gehoord.