Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaarthet hoger beroep ongegrond;
- bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat zij op een parkeerplaats stond waar alleen met een vergunning of dagticket geparkeerd mag worden. De parkeercontroleur constateerde dat een parkeerticket met een te korte parkeertijd achter de voorruit lag en dat een geldig dagticket ontbrak. Belanghebbende voerde aan dat zij wel een geldig dagticket had gekocht, maar dit in het handschoenenkastje had opgeborgen.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aan zijn bewijslast had voldaan met een ambtsedige verklaring en foto’s van de situatie. De stelling van belanghebbende werd niet aannemelijk geacht. Ook het ontbreken van een wettelijke verplichting om het kaartje zichtbaar achter de voorruit te leggen, deed hieraan niet af. Het hof bevestigde dit oordeel en wees erop dat de heffingsambtenaar voldoende bewijs had geleverd en belanghebbende geen overtuigend tegenbewijs had aangedragen.
Het hof concludeerde dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd en dat de hoogte van de aanslag en kosten in overeenstemming waren met de geldende verordening. De procedure verliep correct, en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het griffierecht werd niet terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt bevestigd.