ECLI:NL:GHSHE:2016:2157
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Integrale vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling kind met armbreuk
De verdachte werd door de rechtbank Limburg veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf wegens zware mishandeling van haar kind, waarbij het kind een schuine breuk van de rechterbovenarm opliep. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Het hof heeft het bewijs opnieuw onderzocht en concludeert dat het niet vaststaat dat de verdachte de breuk heeft veroorzaakt. Deskundigen bevestigden dat het kind de breuk niet zelf kon veroorzaken, maar het hof acht het niet uitgesloten dat ook een accidentele toedracht mogelijk is. Bovendien kan niet worden vastgesteld wie verantwoordelijk is, aangezien ook de partner van de verdachte in aanmerking komt.
Daarom vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank en spreekt de verdachte volledig vrij van alle ten laste gelegde varianten van mishandeling. Het hof benadrukt dat het bewijs tekortschiet om tot een bewezenverklaring te komen.
Uitkomst: Verdachte wordt integraal vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat zij de armbreuk heeft veroorzaakt.