Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
de heer [belanghebbende 1](hierna te noemen: de vader);
mevrouw [belanghebbende 2](hierna te noemen: de moeder).
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak staat centraal of een minderjarige die onder toezicht is gesteld en verblijft in een accommodatie voor geestelijke gezondheidszorg op basis van een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp, tevens een aparte machtiging uithuisplaatsing ex artikel 1:265a BW nodig heeft.
De Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg (GI) had bij de rechtbank verzocht om een machtiging voor plaatsing in een accommodatie voor geestelijke gezondheidszorg, welke was afgewezen. De GI ging in hoger beroep omdat zij meent dat de wet voorschrijft dat een machtiging uithuisplaatsing noodzakelijk is wanneer een minderjarige dag en nacht buiten het gezin wordt geplaatst.
De minderjarige verblijft bij de Mondriaan Zorggroep als voorwaarde binnen de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp. De rechtbank had deze voorwaardelijke machtiging verleend en de voorwaarden getoetst. Het hof stelt dat de kinderrechter bij de toetsing van de voorwaardelijke machtiging ook de voorwaarden voor het verblijf in de open accommodatie geestelijke gezondheidszorg heeft beoordeeld. Daarom is een aparte machtiging uithuisplaatsing niet vereist.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en oordeelt dat geen aparte machtiging uithuisplaatsing nodig is naast de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp.