Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats 1] ,
[appellante] ,wonende te [woonplaats 1] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 3420445/CV EXPL 14-10811)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met aanvulling van eis en producties;
- de memorie van antwoord.
3.De beoordeling
- [appellant] en [appellante] zijn met elkaar gehuwd en hebben met ingang van 1 september 2001 in de vorm van een vennootschap onder firma een makelaarskantoor geëxploiteerd (hierna aan te duiden als [appellant] vof).
- [geïntimeerde] is onder huwelijkse voorwaarden gehuwd geweest met de heer [echtgenoot geïntimeerde] . Dit huwelijk is geëindigd door het overlijden van [echtgenoot geïntimeerde] in maart 2009.
- [geïntimeerde] is eigenaresse geweest van een perceel grond ter grootte van 17 are en ongeveer 87 centiare, gelegen aan de [straatnaam] te [woonplaats 2] .
- Bij brief van 9 februari 2005 heeft [appellant] aan [echtgenoot geïntimeerde] en [geïntimeerde] onder meer het volgende meegedeeld:
- Op 1 augustus 2007 heeft [geïntimeerde] € 4.000,-- overgemaakt aan [appellant] vof onder vermelding van “Brief d.d. 27-07-07”.
- [appellant] heeft de navolgende drie facturen overgelegd ter zake kosten die in 2007 verband met de beoogde ontwikkeling van het perceel zijn gemaakt:
- een aan [geïntimeerde] gerichte factuur van [ingenieursbureau] Ingenieursbureau van 20 juni 2007 ad € 836,57 ter zake een verkennend bodemonderzoek;
- een aan [appellant] gerichte factuur van [ingenieursbureau] Ingenieursbureau van 25 september 2007 ad € 516,46 ter zake een aanvullend bodemonderzoek;
- een aan [appellant] gerichte factuur van het Kadaster van 3 december 2007 ten bedrage van € 727,60.
- [appellant] en [appellante] hebben de vof per 1 mei 2009 beëindigd. Zij zijn tezamen gerechtigd tot de activa van de vof.
- Bij brief van 4 april 2013 heeft de toenmalige advocaat van [appellant] vof aan [geïntimeerde] onder meer het volgende meegedeeld:
- een hoofdsom van € 19.524,63, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag met ingang van 18 april 2013;
- € 800,-- ter zake buitengerechtelijke kosten;
- Er is niet komen vast te staan dat [appellant] vof met [geïntimeerde] een courtage van 2% over de verkoopprijs van het perceel is overeengekomen (rov. 3.2).
- [appellant] en [appellante] hebben tijdens de comparitie van partijen aan hun vordering subsidiair de stelling ten grondslag gelegd dat zij, gelet op de door [appellant] gedane inspanningen, recht hebben op een redelijk percentage aan courtage, gelegen tussen de 1% en 2%. Er is echter niet gebleken dat [appellant] vof in opdracht van [geïntimeerde] meer werkzaamheden heeft verricht dan waarvoor het voorschot van € 4.000,-- (waarvan € 2.080,63 zag op betaalde kosten) is betaald (rov. 3.2 en 3.3).
- op de voet van artikel 7:752 BW Pro de redelijke prijs zal vaststellen die [geïntimeerde] aan [appellant] en [appellante] verschuldigd is voor de bemiddeling bij totstandkoming van de overeenkomst tot verkoop van het perceel aan Gebroeders [koper] ;
- [geïntimeerde] zal veroordelen om dat bedrag aan [appellant] en [appellante] te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de veertiende dag na de datum van het te wijzen arrest.