Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
6.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 15 april 2014 waarbij het hof een bewijsopdracht heeft gegeven;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 24 juni 2014;
- het proces-verbaal van voortzetting getuigenverhoor van 12 september 2014;
- het proces-verbaal van contra-enquête van 15 januari 2015;
- akte inzake enquête tevens akte houdende overlegging producties door Bouwfonds;
- de memorie na enquête van BHC;
- de memorie na enquête van Bouwfonds.
7.De beoordeling
…Die huurlijsten geven een indicatie van het totaalbedrag van de huursom. Voor de uitgangspunten die Bouwfonds en ik hanteren (BAR) is zo’n lijst richtinggevend. (… )Wat betreft de koopsom. [betrokkene 1] zei alles verhuurd te hebben bij oplevering. Ik stelde hem toen de vraag: als je een incentive weggeeft, wat is dan de huur? Met incentive bedoel ik bijvoorbeeld een huurvrije periode of andere financiële tegemoetkomingen, bijvoorbeeld een huurkorting. Ik heb daar nooit inzage in gehad. Men is er nooit op teruggekomen. Dat is de reden dat wij bespraken dat de huursom zou zijn de feitelijke huursom bij oplevering. Ik haal dat uit mijn gespreksnotities. Ik heb dat met [betrokkene 1] besproken. Dat is op dat moment verder niet op schrift gesteld. Maar het is simpel: huur maal factor BAR is de koopsom, en voor de huur is het peilmoment de oplevering, het juridische transport. Voor mij is feitelijke, werkelijke huur en keiharde huur allemaal eenzelfde begrip, te weten de werkelijke huur bij oplevering.”
Ik ben ook betrokken geweest richting Bouwfonds. [vennootschapsdirecteur] schoof [betrokkene 2] naar voren, want die had hem al vertegenwoordigd. Ik ben toen bij gesprekken geweest met [betrokkene 2] en Bouwfonds. Voor [betrokkene 2] was dat [vastgoed adviseur 1] . En voor Bouwfonds [betrokkene 3] en een makelaar, [voorheen mede-eigenaar VP&A Groep B.V.] . De gesprekken gingen over de aankooponderhandelingen. Nou ja, de raamovereenkomst tussen [vennootschapsdirecteur] en Bouwfonds lag er al. We moesten kijken of BHC dit zo wilde accepteren. (…)BHC had aangekocht voor een bedrag van 6 procent. (…)Het huurvolume werd bepaald op basis van de gerealiseerde huur per bouwblok. (…)Het ging allemaal om de gerealiseerde huur per bouwblok. De werkelijke huur was bepalend. (…) Daar zou de factor van de koopsom op losgelaten worden. (…)De huurprijslijsten waren een indicatie. De koopsom zou pas definitief worden als de huursom bij de huurovereenkomst is gerealiseerd. De uitleg die Bouwfonds daaraan geeft past niet bij wat ik ervan heb begrepen en bij wat ik daarover aan BHC heb verteld. Er is niet uitgebreid over de tekst gesproken, maar het lag voor de hand”.
De 6% werd berekend over de huur die op het moment van transport gerealiseerd was. Ik bedoel daarmee op basis van de huren zoals die in de huurovereenkomsten zijn opgenomen. U vraagt mij of dit ook het geval was als de huren van de huurlijsten afweken. Als een huur afweek, werd berekend wat op basis van 6% betaald moest worden. (…)”
Ik ben niet bij alle besprekingen/onderhandelingen tussen Bouwfonds en [vennootschapsdirecteur] aanwezig geweest. Bij de directe onderhandelingen ben ik niet aanwezig geweest. Die werden door [voorheen mede-eigenaar VP&A Groep B.V.] gedaan. Ik werd door hem geïnformeerd. (…)Op het moment van het ondertekenen van het koopcontract waren de huurcontracten van het eerste blok (bijna) allemaal getekend. Het eerste blok was toen in aanbouw. De koopsom van dat eerste blok kon je dus helemaal uitrekenen. Voor de andere blokken kon dat niet. Voor de andere blokken is de koopsom gerelateerd aan de huursom per vierkante meter, de indexering en de exacte gerealiseerde oppervlakte. U vraagt mij wat er zou gebeuren als er een hogere aanvangshuur zou worden afgesproken dan de in het contract genoemde huurprijzen. Ik heb me daar nooit zorgen over gemaakt. Voor mij waren de genoemde huurprijzen voldoende om het risico af te dekken. Mocht de prijs hoger worden, dan zou het alleen maar beter worden, maar ik heb me daar niet in verdiept. (…)Mr. Gramberg vraagt mij wat er in het algemeen met een koopprijs gebeurt indien de huurprijs omhoog gaat en je de BAR-methodiek hanteert. Als je de definitie van de BAR uit de boekjes volgt dan gaat de koopprijs omhoog. Als de huurprijs daalt dan gaat op die manier de koopprijs omlaag”.
De definitieve huur zoals die met de huurder in het huurcontract wordt afgesloten, is de werkelijke huursom. Op grond daarvan wordt de koopsom berekend aan de hand van de afgesproken BAR. Als de werkelijke huur tot datum oplevering van het bouwblok afweek van de huurprijslijst, dan werd dit verrekend. Als die werkelijke huur dus hoger of lager zou zijn, zou daarmee ook de koopsom wijzigen. Die zou hoger of lager worden. Dit gold alleen voor de winkels die vóór de oplevering van het blok verhuurd waren. Met oplevering bedoel ik de eigendomsoverdracht. Voor de niet-verhuurde ruimten ten tijde van de oplevering, gold de huurprijslijst. (…)U vraagt nogmaals of het hoger of lager worden van de koopsom bij hogere of lagere aanvangshuren voorafgaand aan oplevering zo besproken is met [vastgoed adviseur 1] . Ik zeg u dat dat volgt uit dat we besproken hebben dat de koopsom zou worden berekend op basis van de daadwerkelijk gerealiseerde huursommen”.