Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Grafische Handelsonderneming [geïntimeerde 1] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
2.[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/02/252190/HA ZA 12-525)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties en eiswijziging;
- de memorie van antwoord aan de zijde van [geïntimeerde 1] ;
- de memorie van antwoord aan de zijde van [geïntimeerde 2] ;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de bij brief van 28 oktober 2014 door [appellante] toegezonden producties, die zij bij het pleidooi bij akte in het geding heeft gebracht.
3.De beoordeling
Ik dacht dat eea onder controle was en volgens de bijlage is dat ook zo. Kun je me aangeven waarom je denkt dat je geen toestemming hebt gegeven??”
Op gelijke wijze financieel afhandelen was de vraag, nl [geïntimeerde 1] betaalt aan mij en niet aan [X.] . Zo is het vorige keer uiteindelijk ook gegaan. En toestemming is nog niet gegeven, alleen op de route.”
Volgens ons hebben jullie akkoord gegeven (ook mondeling richting [procuratiehouder] ), dat de onderstaande machines door [procuratiehouder] ( [X.] ) verkocht zullen worden en dat dit op gelijke wijze financieel tussen [X.] , [appellante] en Artesia wordt afgehandeld (als voorheen), hierbij doelend op de uitstaande leaseverplichtingen.”
Nogmaals er is geen akkoord gegeven. Niet mondeling en niet op papier. ER was en is maar 1 route: Namelijk HP verkoopt de machine aan [geïntimeerde 1] . [X.] is geen eigenaar, geen vertegenwoordiger, cq is niet bevoegd. Het door [X.] aan [geïntimeerde 1] aan geven dat die aan [X.] zou moeten betalen is echt een serieus probleem.”
Gaarne ook nog even de bevestiging dat de onderstaande machines die [procuratiehouder] namens jou gaat verkopen op gelijke wijze financieel tussen [X.] , [appellante] en Artesia worden afgehandeld”) en het antwoord daarop van [bestuurder appellante] op 26 augustus 2010 (“
Uiteraard akkoord.”) – volgt dat [appellante] instemde met de verkoop van de machine en dat [appellante] niet zo zeer bezwaar had tegen de verkoop van de drukmachine door [X.] Groep aan [geïntimeerde 1] maar tegen de wijze van betaling van de verkoopprijs. Deze had volgens [appellante] niet aan [X.] Groep moeten geschieden, maar rechtstreeks aan [appellante] . Dat Artesia bezwaar had tegen de verkoop van de drukmachine is evenmin gebleken. Een reactie van Artesia op de mail van [financial controller] van 15 september 2010 (“
1 x Heidelberg (…) is ondertussen verkocht met toestemming van [appellante] . De eindafrekening kunnen jullie dus weer naar [appellante] sturen.”) is uitgebleven.