ECLI:NL:GHSHE:2016:274
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goed vertrouwen
De zaak betreft het hoger beroep van een verzoekster die toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling heeft gevraagd. De rechtbank had het verzoek afgewezen omdat niet aannemelijk was dat zij te goeder trouw was geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
De verzoekster voerde onder meer aan dat zij geen jaarstukken hoefde te overleggen omdat zij een eenmanszaak had, dat leningen aan haar dochter niet binnen de vijfjaarstermijn vielen en deed een beroep op de hardheidsclausule. Het hof oordeelde dat het ontbreken van jaarstukken onvoldoende inzicht gaf in het ontstaan van de schulden en dat het lenen van aanzienlijke bedragen aan haar dochter terwijl zij zelf schulden had, niet getuigde van goed vertrouwen.
Ook het niet laten uitkopen van een woning met overwaarde door haar ex-partner, en het niet kunnen aantonen van een structurele gedragsverandering, leidde tot de conclusie dat zij niet te goeder trouw was. Het beroep op de hardheidsclausule werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af wegens gebrek aan goed vertrouwen.