Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
,het feit dat zij thans een budgetbeheerder heeft en het feit dat zij momenteel een cursus bij de gemeente volgt met betrekking tot het met beperkte financiële middelen kunnen rondkomen betreffen immers geen omstandigheden zoals bedoeld in art. 288, lid 1 onder b Fw, dan wel art. 288, lid 2 onder c Fw, zodat de hardheidsclausule ex art. 288, lid 3 Fw hierop niet van toepassing kan zijn. Daarbij komt dan nog dat de hardheidsclausule geen betrekking heeft op artikel 288 lid 1 sub c Fw Pro (zie hierboven, rechtsoverweging 3.6.7.)