Uitspraak
,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak ging het om de vaststelling van een omgangsregeling tussen de vader en zijn twee minderjarige kinderen, waarbij sprake was van langdurige onregelmatigheid in het contact vanwege het verblijf van de vader in het buitenland en conflicten tussen ouders.
De Raad voor de Kinderbescherming bracht een uitgebreid rapport uit waarin werd geconstateerd dat de vader weinig binding met de kinderen had opgebouwd en dat de communicatie tussen ouders slecht was, met negatieve effecten op het welzijn van de kinderen. De raad adviseerde een gefaseerde omgangsregeling via een omgangshuis met begeleiding en mediation om de communicatie te verbeteren.
De vader stemde tijdens de zitting in met omgang via het omgangshuis, terwijl de moeder dit afwees vanwege eerdere ervaringen en zorgen over de zorgcapaciteit van de vader. Het hof volgde het advies van de raad en stelde een begeleide omgangsregeling via het omgangshuis vast, waarbij de ouders zich binnen vier weken moesten aanmelden.
Het hof hield de zaak aan tot 8 december 2016 om de resultaten van de begeleide omgang af te wachten en verzocht het omgangshuis schriftelijk te rapporteren over de voortgang, waarna verdere beslissingen zouden volgen.
Uitkomst: Het hof stelt een begeleide omgangsregeling via het omgangshuis vast en houdt de zaak aan tot december 2016 voor evaluatie.