Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[holding] Holding BV,gevestigd te [vestigingsplaats] , Verenigde Arabische Emiraten,
Hotel [hotel] BV,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/01/285506/KG ZA 14-682)
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
f) Artikel 3 lid 2 van Pro de notariële akte bepaalt:
In een daarna gehouden BAvA ben ik benoemd tot (interim) bestuurder van Hotel [hotel] B.V.”
het exploiteren van horecagelegenheden in de meest ruime zin van het woord”) en de in de overeenkomst nader opgesomde activa en passiva van Brasserie zijn verkocht aan Hotel voor de koopsom van € 1,00.
als bestuurderprocedeert, noch dat de curator dat zou hebben begrepen. Het vonnis tenslotte maakt evenmin gewag van het instellen van de vorderingen A-Ben D (die in eerste aanleg ook aan de orde waren) door [holding] als bestuurder van Hotel.
Waren deze opdrachtgevers voor de rechter niet kenbaar, dan wordt wel eens de procureur in de kosten veroordeeld met de overweging dat het ‘op de weg ligt van zijn opdrachtgevers om die kosten te dragen’” (Parl. Gesch. Herz. blz. 414). In een situatie als de onderhavige, waar de opdrachtgever aan de rechter wel bekend is, ligt het naar het voorlopig oordeel dan ook meer voor de hand dat die opdrachtgever wordt veroordeeld in de proceskosten dan de advocaat die in zijn opdracht onbevoegd is opgetreden. Nu het hof constateert dat voorts voldaan is aan het vereiste van art. 245 lid 2 Rv Pro, zal het hof [holding] uitvoerbaar bij voorraad in de kosten van het hoger beroep van Hotel veroordelen vermeerderd met de wettelijke rente daarover en de nakosten als gevorderd.