Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
12 februari 2015, nummers SHE 14/2183 en SHE 14/2965, in het geding tussen
1 januari 2013 zijn vastgesteld voor het tijdvak 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014 (hierna: de beschikkingen) en de tegelijkertijd aan belanghebbende ter zake van deze onroerende zaken opgelegde aanslagen in de onroerende zaakbelastingen voor het jaar 2014.
Onderzoek ter zitting
Beslissing
- verklaarthet hoger beroep gegrond;
- vernietigtde uitspraak van de Rechtbank, behoudens de beslissing omtrent het griffierecht;
- verklaarthet tegen de uitspraken van de Heffingsambtenaar ingestelde beroep gegrond;
- vernietigtde uitspraken van de Heffingsambtenaar;
- vermindertde vastgestelde waarde van de onroerende zaak [a-straat] 1 te [A] per de peildatum 1 januari 2013 tot € 2.000.000 en verlaagt de aanslag in de onroerende zaakbelastingen voor het jaar 2014 overeenkomstig;
- vermindertde vastgestelde waarde van de onroerende zaak [a-straat] 5 te [A] per de peildatum 1 januari 2013 tot € 4.000.000 en verlaagt de aanslag in de onroerende zaakbelastingen voor het jaar 2014 overeenkomstig;
- gelastdat de Heffingsambtenaar aan belanghebbende het door deze ter zake van de behandeling van het hoger beroep bij het Hof betaalde griffierecht ten bedrage van € 497 vergoedt; en
- veroordeeltde Heffingsambtenaar in de kosten van het geding bij de Rechtbank en het Hof aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op in totaal € 520.
Gronden
1 januari 2013.
- huurwaardekapitalisatiemethode,
- vergelijkingsmethode op basis van systematische vergelijking met onroerende zaken waarvan marktgegevens beschikbaar zijn, en
- discounted-cashflowmethode.
1 juli 2015. Belanghebbende heeft gemotiveerd gesteld dat de door de Heffingsambtenaar bij de vaststelling van de huurwaardekapitalisatiefactor gehanteerde, rond de peildatum verkochte referentieobjecten niet vergelijkbaar zijn met de onroerende zaken en voorts dat de door de Heffingsambtenaar gehanteerde huurprijzen niet altijd stroken met de feitelijk voor de referentieobjecten betaalde huurprijzen, waardoor de door de Heffingsambtenaar toegepaste kapitalisatiefactor van 11,3 te hoog is. Alsdan rust op de Heffingsambtenaar de last aannemelijk te maken, dat door hem gehanteerde marktgegevens bruikbaar zijn.
Naar het oordeel van het Hof zijn de door de Heffingsambtenaar aangedragen referentieobjecten onvoldoende vergelijkbaar met de onroerende zaken om als basis te dienen voor de berekening van de huurwaardekapitalisatiefactor en daarmee voor de berekening van de waarden van de onroerende zaken.
Het referentieobject Beemdstraat 8 t/m 14, verkocht in een dalende markt in verhuurde staat op 1 december 2011 voor € 2.000.000, is, anders dan de onroerende zaken, gelegen buiten het centrum, heeft een geheel andere bouwstijl en uitstraling dan de onroerende zaken, en heeft slechts een oppervlakte van 1.028 m2, met 21 parkeerplaatsen, terwijl de onroerende zaken een oppervlakte hebben van respectievelijk 1.523 m2, met slechts 15 parkeerplaatsen ( [a-straat] 1), en 2.948 m2, met 25 parkeerplaatsen ( [a-straat] 5).
Het referentieobject [b-straat] 17 met 2.080 m2 oppervlakte, verkocht op
19 juli 2012 voor € 1.850.000, is een gedateerd pand uit de jaren vijftig met een geheel andere bouwstijl en uitstraling dan de onroerende zaken en reeds daarom niet bruikbaar.
[c-straat] 131, met 1.442 m2 oppervlakte, op 31 maart 2014 in verhuurde staat verkocht voor € 1.725.000, is anders dan de onroerende zaken gelegen buiten het centrum en heeft een geheel andere bouwstijl en uitstraling dan de onroerende zaken. Voorts vormt de bij de verkoop behaalde prijs van dit object naar het oordeel van het Hof eerder een aanwijzing dat de door de Heffingsambtenaar verdedigde waarde van de onroerende zaken te hoog is.
[d-straat] 10 acht het Hof evenmin bruikbaar nu het een volumineus kantorenpand uit de jaren zestig betreft, met een oppervlakte van 11.100 m2, met een geheel andere bouwstijl dan de onroerende zaken, dat bovendien in mei 2011 verkocht is op basis van een 9-jarige huurovereenkomst met de gemeente [A] van € 2.200.000 per jaar (vergelijk HR 25 april 2014, nr. 13/04068, ECLI:NL:HR:2014:982, BNB 2014/169).
( [a-straat] 5), doch uitgaande van de door de Rechtbank vastgestelde lagere huurwaarden per m2 van het kantoor en van de parkeerplaatsen, dan waarmee belanghebbendes taxateur heeft gerekend, concludeert belanghebbende in haar hoger beroepschrift tot lagere waarden. Belanghebbende komt aan de hand van de door haar aangedragen marktgegevens tot een kapitalisatiefactor van 6,7.
Nu zowel de Heffingsambtenaar als belanghebbende de door hen verdedigde waarden van de onroerende zaken niet aannemelijk hebben gemaakt, zal het Hof de waarden in goede justitie vaststellen. Gelet op hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd, stelt het Hof de waarde van de onroerende zaak [a-straat] 1 op de waardepeildatum 1 januari 2013 in goede justitie vast op € 2.000.000 en de waarde van de onroerende zaak [a-straat] 5 op € 4.000.000.
.Het Hof zal het beroep gegrond verklaren, de uitspraken van de Heffingsambtenaar vernietigen en de waarde van de onroerende zaak [a-straat] 1 te [A] vaststellen op € 2.000.000 en van de onroerende zaak [a-straat] 5 te [A] op € 4.000.000, met dienovereenkomstige vermindering van de aanslagen in de onroerende zaakbelastingen.
De Heffingsambtenaar heeft ter zitting verklaard daarmee in te stemmen.
cassatie is gericht.