Belanghebbende was in geschil met de Inspecteur over de fiscale kwalificatie van activiteiten rondom twee percelen vastgoed. De vraag was of deze activiteiten een werkzaamheid in de zin van artikel 3.91 Wet IB 2001 vormden, waardoor het voordeel belastbaar zou zijn als resultaat uit overige werkzaamheden.
De Rechtbank had eerder het beroep van belanghebbende deels gegrond verklaard en de aanslag verminderd. Het Hof overweegt dat belanghebbende vanaf het begin plannen had om een bouwproject te realiseren en dat hij diverse werkzaamheden heeft verricht die verder gaan dan normaal actief vermogensbeheer. Dit blijkt onder meer uit brieven van zijn gemachtigde en de omvangrijke activiteiten gedurende meerdere jaren.
Het Hof acht aannemelijk dat belanghebbende een redelijke verwachting had van een brutowinst van circa € 250.000, en dat de activiteiten gericht waren op het rendabel maken van het vermogen op een wijze die normaal actief vermogensbeheer te buiten gaat. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.