In deze civiele procedure in hoger beroep staat de vordering van Stichting Bedrijfspensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de weg tegen appellanten centraal betreffende de betaling van pensioenpremies over de jaren 2009 en 2010.
Het hof heeft appellanten verzocht om nadere specificatie en bewijs van de door hen gestelde deelbetalingen ter zake van deze premies, waarbij ook getuigenbewijs mogelijk is gesteld indien schriftelijk bewijs ontbreekt. Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen de korte termijn voor het aanleveren van deze informatie, mede gelet op de lange duur van de procedure.
Het hof erkent dat de termijn te kort was en wijst een nieuwe termijn toe. De zaak wordt verwezen naar de rol van 6 september 2016, waarbij appellanten een memorie kunnen indienen met een gemotiveerde uiteenzetting over de betalingen en de Stichting vervolgens een antwoordmemorie mag nemen. Een verdere beslissing wordt aangehouden.