Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord;
- de akte uitlating en overlegging nadere producties van [appellant] van 5 april 2016;
- de antwoordakte uitlating en overlegging nadere productie van 3 mei 2016 van [geïntimeerde] .
6.De beoordeling
De achterzijde van het perceel van [geïntimeerde] grenst aan de tuin van [appellant] en wordt door hekwerk gescheiden.
De heer [appellant] verklaart zakelijk weergegeven onder meer het volgende:
die hij op diezelfde datum heeft gemaild”. Er was dus geen reden voor de rechtbank om de vordering van [geïntimeerde] toe te wijzen, aldus [appellant] .
verwijderen en verwijderd houdenvan de in de verboden zone staande begroeiingen (de primaire vordering van [geïntimeerde] ) en niet slechts tot het terugsnoeien. Uit de eigen verklaringen van [appellant] ter gelegenheid van de comparitie na aanbrengen en de erkenning daarvan door [geïntimeerde] bij die comparitie en bij memorie van antwoord, blijkt dat [appellant] de litigieuze begroeiingen eerst na het vonnis volledig heeft verwijderd.
gesnoeid, ontbeert deze feitelijke grondslag en faalt zij reeds hierom.