Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 18 november 2014;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 2 maart 2015 aan de zijde van Achmea;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 22 september 2015 (hervatting van de op 2 maart 2015 geschorste zitting) aan de zijde van Achmea;
- de memorie na enquête van Achmea van 3 november 2015;
- de antwoordmemorie na enquête van [appellant] van 1 december 2015.
6.De verdere beoordeling
Gelet op bovenstaande bevindingen kan met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden gesteld, dat het door ons onderzochte vaartuig, dezelfde is als het vaartuig, van het merk Baja type 302, welke tussen ()10 maart 2006 en () 13 maart 2006 weggenomen werd te [plaats] .”, hebben beiden verklaard dat deze mate van waarschijnlijkheid de hoogte waarschijnlijkheidsgraad is die zij geven voor identificatie. De getuige [politieambtenaar 2] heeft hieraan toegevoegd
“Ik bedoel hiermee dat het de gestolen boot is”;volgens de getuige [politieambtenaar 1] is het waarschijnlijker dat de door hen aangetroffen boot wel de gestolen boot betreft dan dat dat niet het geval is.