Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.De gezamenlijke erfgenamen van wijlen [erflater] ,
[appellante 2] (wettelijk erfgenaam van voornoemde [erflater] ),
[appellante 3] (wettelijk erfgenaam van voornoemde [erflater] ),
1.[Beheer] Beheer B.V.,
Mr Cornelis Hendrik Johannes van der Maasin zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van
[geïntimeerde] Bouw B.V.,
Mr Cornelis Hendrik Johannes van der Maasin zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van
[geïntimeerde] Vastgoed B.V.
1.Het geding in feitelijke instanties en in cassatie
2.Het geding na verwijzing
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
de gehele locatie en ook de individuele deellocaties over het algemeen in meer of mindere mate verontreinigd zijn”. Arcadis heeft daarin aanbevelingen gedaan.
verkocht” leest
) de hierna omschreven registergoederen. Deze overeenkomst van koop (hierna ook te noemen: “de koopovereenkomst”) werd eerder vastgelegd in een onderhandse akte (hierna ook te noemen: “de koopakte”). De koopakte dan wel een kopie daarvan wordt als bijlage aan deze akte gehecht.
“(…) dan dat de vordering van [erflater] zich ook in hoger beroep heeft uitgestrekt tot de vernietiging van niet alleen de koopovereenkomst, maar ook van de koopoptie en de eerste en de tweede aanvulling op de koopoptie.”De Hoge Raad heeft het arrest van het hof Leeuwarden vernietigd en het geding ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar dit hof, met veroordeling van [Beheer] c.s. in de kosten van het geding in cassatie.
“(…) met betrekking tot de door dat artikel vereiste benadeling nodig, doch ook voldoende dat zij aanwezig is ten tijde dat omtrent het beroep op die bepaling wordt beslist.” (zie ook HR 19 oktober 2001, NJ 2001, 654). De achtergrond van deze regel is dat de pauliana ertoe strekt de schuldeiser te beschermen in zijn financiële verhaalsmogelijkheden. Steeds als de schuldeiser feitelijk pas tot verhaalsuitoefening kan overgaan na het voeren van een gerechtelijke procedure omtrent de gegrondheid van zijn beroep op de pauliana, dient het ogenblik van de rechterlijke beslissing de peildatum voor die benadeling te zijn. Gelet op die achtergrond is het enkele feit dat inmiddels ruim zes jaren zijn verstreken nadat de rechtbank genoemd vonnis wees, onvoldoende om aan deze regel voorbij te gaan. Dit brengt met zich dat de betreffende peildatum in deze zaak de dag is dat eindarrest wordt gewezen. Daarmee is niet relevant of de rechtbank als peildatum heeft genomen 16 juli 2007 dan wel de dag dat zij vonnis wees, 22 april 2009.