Uitspraak
GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in hoger beroep
- [verzoeker] ,
- de griffier, in de persoon van de heer [griffier] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak heeft verzoeker verzet aangetekend tegen een dwangbevel voor betaling van een bijbehouden griffierecht van €1.222,--. Verzoeker betoogde dat de heffing onrechtmatig was omdat deze na het eindarrest van 5 maart 2013 plaatsvond, wat volgens hem in strijd is met artikel 3 lid 1 WGBZ Pro. Tevens stelde hij dat sprake was van misbruik van recht vanwege het tijdsverloop en het late contact.
De griffier verdedigde de bijheffing met verwijzing naar artikel 16 lid 4 WGBZ Pro, dat partijen tot de einduitspraak de mogelijkheid geeft een toevoeging alsnog te overleggen. Omdat op het moment van het eindarrest geen toevoeging was overgelegd, was de bijheffing op 6 maart 2013 terecht. Het hof oordeelde dat de heffing niet vóór de einduitspraak hoeft plaats te vinden en dat de griffier correct heeft gehandeld.
Het hof wees ook het misbruik van recht af, mede omdat verzoeker na de bijheffing tijdig op de hoogte was gesteld en zelfs een betalingsregeling heeft voorgesteld. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel tot betaling van het bijbehouden griffierecht wordt ongegrond verklaard.