ECLI:NL:GHSHE:2016:4396
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- L.Th.L.G. Pellis
- S.M.A.M. Venhuizen
- F.J.M. Walstock
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging weigering toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
De zaak betreft een hoger beroep tegen de afwijzing van een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank Limburg had het verzoek afgewezen omdat de schuldenaar niet te goeder trouw was bij het ontstaan en het onbetaald laten van schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. De schuldenaar had een aanzienlijke schuldenlast, waaronder belastingschulden en een schuld aan een kinderopvangorganisatie.
De schuldenaar voerde aan dat zijn schulden waren ontstaan door persoonlijke omstandigheden, waaronder een gokverslaving en het niet nakomen van afspraken door een beschermingsbewindvoerder. Hij stelde dat hij sinds 2014 werkt en zijn schuldenlast aflost. Het hof oordeelde echter dat de belastingschulden en de schuld aan de kinderopvang niet te goeder trouw waren ontstaan of onbetaald gelaten. Ook de schulden aan telecomproviders waren niet te goeder trouw ontstaan, mede door het wisselen van providers terwijl hij wist dat hij niet kon betalen.
Het hof stelde vast dat onvoldoende bewijs was geleverd om aan te tonen dat de schuldenaar te goeder trouw was. Ook was geen beroep gedaan op de hardheidsclausule. Het hof concludeerde dat het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling terecht was afgewezen en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw.