ECLI:NL:GHSHE:2016:462
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen en bovenmatige schulden
Appellante was onderworpen aan een schuldsaneringsregeling die bij vonnis van 8 juli 2014 tussentijds was beëindigd, maar door het hof op 18 september 2014 werd verlengd tot 24 oktober 2017. De rechtbank beëindigde vervolgens opnieuw de regeling wegens niet-nakoming van verplichtingen en het ontstaan van bovenmatige schulden.
De rechtbank stelde vast dat appellante onvoldoende had gesolliciteerd, ondanks eerdere waarschuwingen, en nieuwe schulden had laten ontstaan bij Menzis en de gemeente Muntendam. Tevens was sprake van een aanzienlijke boedelachterstand en onvoldoende medewerking aan de informatieplicht.
Appellante voerde in hoger beroep persoonlijke omstandigheden aan, zoals depressiviteit en de zorg voor minderjarige kinderen, en beriep zich op het vertrouwensbeginsel omtrent vrijstellingen van de sollicitatieplicht. Zij stelde dat schulden aan de gemeente waren kwijtgescholden en dat zij een plan wilde opstellen om schulden in te lopen.
Het hof oordeelde dat appellante onvoldoende had gesolliciteerd en onvoldoende stappen had ondernomen om vrijstelling te verkrijgen. Ook was de informatieplicht niet nagekomen, waardoor de bewindvoerder zijn taken niet kon uitvoeren. De schuld aan de gemeente werd geacht nog te bestaan vanwege het ontbreken van bewijs van kwijtschelding.
Gezien de ernst van de tekortkomingen en het ontbreken van een realistisch plan tot herstel, bevestigde het hof de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen en het ontstaan van bovenmatige schulden.