ECLI:NL:GHSHE:2016:464
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging weigering toelating schuldsaneringsregeling wegens ontbreken minnelijk traject en gebrek aan goede trouw
Appellant verzocht bij de rechtbank om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een totale schuldenlast van ruim €61.500, waaronder aanzienlijke schulden aan het CJIB. De rechtbank wees dit verzoek af omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was geweest bij het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Tevens was niet voldaan aan de vereiste dat appellant een minnelijk traject met schuldeisers had doorlopen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat er sprake was van verminderde verwijtbaarheid en dat ontbrekende belastingaangiften inmiddels waren ingediend, waardoor de belastingvordering mogelijk zou verminderen. Tevens verzocht hij om de CJIB-schulden buiten de regeling te laten.
Het hof oordeelde dat appellant niet ontvankelijk was omdat hij geen met redenen omklede verklaring had overgelegd waaruit bleek dat een minnelijk traject was doorlopen of dat er geen reële mogelijkheden waren tot buitengerechtelijke schuldregeling. Daarnaast achtte het hof het niet aannemelijk dat appellant te goeder trouw was geweest, mede gelet op herhaalde verkeersovertredingen en het niet nakomen van belastingverplichtingen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de weigering tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens het ontbreken van een minnelijk traject en het niet aannemelijk maken van goede trouw.