ECLI:NL:GHSHE:2016:4732
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende aannemelijkheid betalingsonmacht en nakoming verplichtingen
Appellante verzocht de rechtbank om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar dit verzoek werd afgewezen omdat niet aannemelijk was dat zij haar verplichtingen uit de regeling zou nakomen. De rechtbank vond dat appellante onvoldoende stukken over haar psychische gesteldheid had overgelegd om aan te tonen dat haar problematiek beheersbaar was.
In hoger beroep betwistte appellante dat zij zware medicatie gebruikte en stelde dat haar psychosociale problematiek beheersbaar was. Het hof onderzocht haar netto-inkomen, woonlasten en schuldenlast en concludeerde dat appellante met haar besteedbaar inkomen in staat is haar schulden af te lossen. Tevens was gebleken dat zij betalingsregelingen had getroffen met schuldeisers.
Verder was een substantieel deel van haar schulden afkomstig van postorderbedrijven, waarvan zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij te goeder trouw was bij het ontstaan daarvan. Ook was sprake van een gebrek aan transparantie over haar verslavingsproblematiek en het niet vooraf overleggen met schuldbemiddelingsinstanties over verhuizing en samenwonen.
Gelet op deze feiten en omstandigheden oordeelde het hof dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij aan haar verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zou voldoen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling af.