ECLI:NL:GHSHE:2016:4733
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende aannemelijkheid uitzichtloze situatie
Appellant verzocht de rechtbank om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een aanzienlijke hypotheekschuld en een uitzichtloze financiële situatie. De rechtbank wees het verzoek af omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet zou kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden.
De rechtbank motiveerde dat appellant een netto maandinkomen van ongeveer €2.172,56 heeft en dat er mogelijkheden zijn voor een betalingsregeling met de schuldeiser, Westland Utrecht Bank. Ook een recente belastingaanslag en de intentie van appellant om hierover een regeling te treffen, werden meegewogen.
Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat hij al drie jaar vergeefs heeft geprobeerd een regeling te treffen met de bank en dat zijn aflossingscapaciteit beperkt is, waardoor hij decennia bezig zou zijn met aflossen. Het hof stelde vast dat appellant een netto-inkomen van circa €2.600 per maand heeft, inclusief toeslagen, en dat hij maandelijks €1.677 overhoudt na vaste lasten.
Het hof concludeerde dat een minnelijke regeling nog steeds mogelijk is, mede omdat de bank bereid is na 12 maanden de situatie opnieuw te beoordelen. Ook het feit dat appellant spaargeld heeft om een belastingaanslag te voldoen, ondersteunt deze conclusie. Het hof vond dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet kan voortgaan met het betalen van zijn schulden en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank dat het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.