Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/03/156081/HA ZA 10-1252)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het tegen [bedrijf] verleende verstek;
- de memorie van grieven met producties.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak vordert [bedrijf] betaling van een eindafrekening voor bestratingswerkzaamheden aan [Holding]. De overeenkomst omvatte een aanneemsom van € 24.165 exclusief BTW, met facturatie in termijnen. [Holding] tekende de offerte voor akkoord en de werkzaamheden werden uitgevoerd onder toezicht van beide partijen.
De rechtbank wees de vordering deels toe, maar het hof stelde vast dat [bedrijf] onvoldoende bewijs leverde voor het meerwerk van € 4.126,58 exclusief BTW. Tevens bleek uit de eindcalculatie dat een bedrag van € 1.735,04 exclusief BTW meer werd berekend dan overeengekomen, zonder rechtsgrond. Daarnaast werd onbetwist dat molgoten en opsluitbanden correct in rekening waren gebracht.
Verder bracht [Holding] een korting van € 2.000 exclusief BTW in, wat door het hof werd bevestigd. Ook stelde het hof vast dat er 123 m2 te veel straatwerk was gefactureerd, wat resulteerde in een correctie van € 2.477,22 exclusief BTW. Door deze correcties resteerde geen betalingsverplichting meer van [Holding].
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het [Holding] veroordeelde tot betaling, wees de vordering van [bedrijf] af en veroordeelde [bedrijf] in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: De vordering van [bedrijf] tot betaling van de eindafrekening wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs en correcties op de factuur.