In deze civiele zaak staat de vraag centraal of appellant hoofdelijk aansprakelijk is voor de advocaatkosten die geïntimeerde heeft gedeclareerd. Appellant voerde aan dat hij slechts 'meelifter' was in de procedure en niet aansprakelijk kon worden gehouden voor de volledige kosten. Het hof heeft getuigenverklaringen van appellant en zijn vader gehoord en concludeert dat er geen bindende afspraken zijn gemaakt die appellant hoofdelijk aansprakelijk stellen.
De advocaat heeft nagelaten schriftelijke bevestigingen te overleggen van de financiële afspraken met appellant, terwijl gedragsregels voorschrijven dat dergelijke afspraken schriftelijk vastgelegd dienen te worden. Appellant hoefde de brief met financiële afspraken niet te ondertekenen, wat het hof als indicatie ziet dat hij niet mede gebonden is aan de declaraties.
Het hof weegt mee dat appellant beperkte inkomsten heeft en dat de procedure hoofdzakelijk gericht was tegen zijn vader en de Stichting. De facturen waren ook aan de Stichting gericht. Op basis van deze omstandigheden wijst het hof de vorderingen van de advocaat tegen appellant af en veroordeelt de advocaat in de proceskosten.