Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/284702/HA ZA 14-513)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord;
- het schriftelijk pleidooi waarbij beide partijen op de rol van 29 maart 2016 een pleitnota hebben ingediend;
- de antwoordakte van [appellante] .
3.De beoordeling
GARANTIE
- [geïntimeerde] heeft gemotiveerd en onweersproken gesteld dat in haar offerte van 26 juni 2012 de VMRG-voorwaarden van toepassing zijn verklaard op al haar offertes en opdrachten. Hierbij is in de offerte opgenomen dat de toepasselijkheid van andere algemene voorwaarden uitdrukkelijk van de hand wordt gewezen.
- Uit de eigen stellingen van [appellante] volgt dat de overeenkomst is opgesteld naar aanleiding van de offerte van [geïntimeerde] . Zo wijst [appellante] in haar schriftelijk pleidooi (punt 6) erop dat [geïntimeerde] voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst in de gelegenheid is geweest een offerte te maken en een planning te maken.
- [appellante] is een professionele partij die bedacht moet zijn op toepasselijkheid van algemene voorwaarden. Om die reden gaat het hof ervan uit dat [appellante] de doorhaling/bijschrijving op de overeenkomst (zie hiervoor 3.1. onder d) van [geïntimeerde] heeft opgemerkt.
- [appellante] heeft niet gesteld dat zij de toepasselijkheid van de VMRG-voorwaarden in de overeenkomst uitdrukkelijk van de hand heeft gewezen en evenmin dat door haar in het kader van eventuele nadere onderhandelingen na de offerte (die overigens gesteld noch gebleken zijn) op enig moment bezwaren zijn geuit tegen de toepasselijkheid van de VMRG-voorwaarden.
- Het bestek eist dat door [geïntimeerde] conform VMRG-kwaliteitseisen wordt gewerkt en dat garantie wordt verstrekt overeenkomstig de VMRG-garantiebepalingen. De bestekstukken maken deel uit van de overeenkomst.