Uitspraak
[erflater],
10.Het verdere verloop van het geding
zaaknummer 200.076.627/02
11.De verdere beoordeling
€ 35.000,=./.
verwijtbaar(r.o. 4.41)
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak stond de aansprakelijkheid van Koninklijke Schelde Groep B.V. centraal wegens ziekte en overlijden van [erflater] door blootstelling aan asbest tijdens werkzaamheden. De zaak is voortgezet na eerdere tussenarresten en een vonnis van de kantonrechter Middelburg.
De vorderingen betroffen onder meer immateriële schadevergoeding, schadevergoeding op grond van artikel 6:107 en Pro 6:108 BW, en een vordering wegens verlies van levensonderhoud. Het hof bevestigde de aansprakelijkheid van De Schelde op grond van artikel 7:658 BW Pro en veroordeelde tot betaling van €39.143,15 plus wettelijke rente over €25.000 vanaf 7 juni 2009.
Een belangrijke discussie betrof de eiswijziging van de vordering wegens verlies van levensonderhoud, waarbij [geïntimeerde] haar oorspronkelijke bedrag van €7.950 verhoogde naar €43.045. Het hof wees deze eiswijziging af wegens schending van de twee-conclusieregel en onvoldoende onderbouwing. De vordering wegens verlies van levensonderhoud werd daarom afgewezen.
Het vonnis van 23 augustus 2010 werd vernietigd en opnieuw vastgesteld met deze aanpassingen. Daarnaast werden de proceskosten verdeeld, waarbij De Schelde werd veroordeeld tot betaling van de kosten van het principaal appel en [geïntimeerde] die van het incidenteel appel. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 15 november 2016.
Uitkomst: De Schelde wordt aansprakelijk gehouden en veroordeeld tot betaling van €39.143,15 plus wettelijke rente, terwijl de vordering wegens verlies van levensonderhoud wordt afgewezen.