ECLI:NL:GHSHE:2016:5359
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- L.Th.L.G. Pellis
- A.P. Zweers-van Vollenhoven
- P.J.M. Bongaarts
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen
Appellant is in eerste aanleg onder de schuldsaneringsregeling geplaatst. De rechtbank heeft deze regeling tussentijds beëindigd omdat appellant zijn verplichtingen niet naar behoren nakwam, waaronder het niet aanleveren van gevraagde stukken, het ontstaan van een boedelachterstand van €6.163,43 en het laten ontstaan van een nieuwe schuld bij het UWV.
Appellant is in hoger beroep gekomen en voerde aan dat hij niet voldoende gelegenheid had gehad om te reageren en dat het ontstaan van nieuwe schulden niet verwijtbaar was. Tevens stelde hij dat hij betalingsregelingen had getroffen en dat zijn nalatigheden samenhingen met de ziekte van zijn vriendin.
Het hof oordeelt dat appellant voldoende gelegenheid heeft gehad om zijn standpunten toe te lichten. De grief dat het ontstaan van nieuwe schulden niet verwijtbaar is, is niet kenbaar gemaakt volgens het grievenstelsel. Uit de stukken blijkt dat appellant nieuwe bovenmatige schulden heeft laten ontstaan en een aanzienlijke boedelachterstand heeft opgebouwd zonder adequate betaling.
Het hof acht het verwijtbaar dat appellant zijn verplichtingen niet nakomt, ook gelet op zijn ondertekende verklaring waarin hij op de hoogte is van zijn verplichtingen. De persoonlijke omstandigheden van appellant kunnen dit verwijt niet wegnemen, mede omdat hij geen bewijs heeft geleverd van het aanleveren van stukken en geen concreet plan van aanpak heeft gepresenteerd.
Daarom wordt het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en blijft de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling in stand.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en beëindigt de schuldsaneringsregeling van appellant tussentijds.