Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
verklaarthet hoger beroep ongegrond en
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende, een woningstichting, maakte bezwaar tegen de WOZ-waarderingen van 2890 woningen vastgesteld door de Heffingsambtenaar van de gemeente Vught voor het jaar 2014. Na een initiële systematische analyse en taxatie van het woningbestand, waarbij referentiegroepen met voorbeeldwoningen werden gebruikt, ontstond discussie over de vertaalslag van de waarde van de voorbeeldwoning naar de overige woningen in de groep.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de vertaalslag onjuist en te grof was en dat de Heffingsambtenaar het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel had geschonden. Het Hof oordeelde dat de Heffingsambtenaar de vertaalslag op juiste wijze had gemaakt, waarbij rekening werd gehouden met objectkenmerken en marktconforme waarderingen.
Het Hof verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat geen toezeggingen waren gedaan die verwachtingen hadden gewekt. Ook het rechtszekerheidsbeginsel werd niet geschonden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de rechtbankuitspraak bevestigd en geen proceskosten werden toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de woningstichting tegen de WOZ-waardering wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.